Vliegviskoorts

Sinds 2011 ben ik zeer actief betrokken bij de ‘s-Gravenhaagse Vliegvisser en ik sla geen vliegvistripje over.  Ook het vliegen binden heb ik me inmiddels eigen gemaakt dankzij de lessen op de dinsdagavond en de vele voorbeelden die ik elke dinsdag weer aan de bindtafel van de vliegvisclub zie.

Altijd zijn er wel weer wat leden, die de een of andere – altijd perfect vangende- vlieg gaan binden. Meekijken is geen enkel probleem en als je er naar vraagt krijg je het bijbehorende vangstverhaal ook nog te horen. Ook wel ongevraagd overigens.

Ik begin er zo langzamerhand een patroon in te ontdekken. Dat lijk een merkwaardige opmerking maar dat is niet zo. Er is wel degelijk een patroon, dus is het voorspelbaar wat er gebonden gaat of moet worden. En omdat ik lid van het bestuur van de Vliegviscommissie ben, helpt dat inzicht ontzettend als ik met Jan en Marius het programma aan het voorbereiden ben. Ik deel dat inzicht graag, de ervaren vliegvisser weet dat natuurlijk al, maar voor degenen die, net als ik ooit, als beginnend vliegvisser bij ons is binnengestapt, of voor degene die er mee wil beginnen, kan het nuttig zijn.

Je kunt het de ingebouwde Vliegviskalender noemen, hij volgt de seizoenen. Die kennen is heel geruststellen want je weet dan wat er nog komen gaat in de loop van het jaar. Met andere woorden, je kunt beter anticiperen.

Ik neem de afgelopen maanden, juni als startpunt. Overal gonst het dan van de geruchten: de FINTEN zijn gezien, in de Nieuwe Waterweg. Voor de echte precieze vissers: je noemt dan ook nog de strekdam. Als je aangeeft dat je ze tussen de Maeslandkering en Rozenburg hebt gezien, kijken ze je aan alsof ze denken dat je niet goed wijs bent. Dat kan helemaal niet, ze horen te zwemmen tussen de Kering en Hoek van Holland. Daarna komt de koorts op en breekt de vliegvispleuris uit: iedereen naar de Waterweg. Je hoort altijd de verhalen van gisteren, toen werden er wel 50 de man gevangen.

Die koorts neemt weer af, maar dan komt de zomerkoorts, de polder in. Op de clubavond wordt uitgewisseld waar de eerste ruisvoorns zijn gevangen.

Altijd dikke jongens als bakstenen. Wordt het de polder bij Delft, gaan we bij Zoeterwoude vissen of kiezen we toch voor Boskoop, Driebruggen, de Zoetermeer vaarten of het Westland. In deze periode kun je kilometers maken om de vis te zoeken. Want ze zitten, als jij gaat vissen n.l. nooit waar iedereen zegt dat ze zitten, jij moet op zoek gaan.

September is dan altijd weer een wat saaie maand, de vakanties zijn voorbij, als club gaan we dan ook vaak “voor de gezelligheid” zeggen we dan, naar een forellenvijver. Tegenwoordig is dat de Ruijgenhoek bij Utrecht waar we inmiddels een goede band mee hebben. Eigenlijk gaat iedereen mee omdat de kans op een echt grote forel heel groot is op zo’n vijver. En dat voelt ook wel weer spectaculair aan.
Anderen gaan in deze periode achter de baarzen aan en maken veel kilometers in de polders maar ook in de stedelijke gebieden. Steeds vaker kun je een vliegvisser spotten langs een Haagse gracht.

Als het najaar nadert gaan de streamers binden voor het snoekseizoen. Ongeacht of je al streamers heb,t ga je weer binden. Elk jaar zijn er nieuwe materialen en inzichten. Wij nodigen dan een ervaren streamer binder uit, die ons de laatste kneepjes komt voordoen.

De zondag daarop gaan we op pad, snoeken vangen. Helaas valt dat de laatste tijd wat tegen: we zaten in bootjes in Noorden, in klein Giethoorn, we liepen in Langeraar en Haastrecht en door de weeks in Stolwijk. Koortsachtig alle locaties afvissen die ooit veelbelovend waren.

Frustratie heeft geen tijd om zich te ontwikkelen, want sinds we een onderlinge leden app. Hebben, wisselen we het laatste nieuws uit. En daar stond opeens in dat in de binnenstad van Oudewater grote voorns gevangen waren. Een dag later stonden en Haagse vliegvissers de grachten af te vissen. Met succes, er werden echt grote vissen gevangen. Tot verbazing van de bezoekers van de markt, die hadden jarenlang geen enkele hengelaar in hun stad gezien. Daarna volgde Waarder en Driebruggen, Boskoop en de Stompwijkse Vaart. Zonder die app zou je het zelf niet bedacht hebben.

Op dinsdagavond hoor je dan in de herfst dan sommige leden al in Zoeterwoude zijn wezen kijken hoe het water er bij ligt. Maar ook Maassluis wordt koortsachtig in de gaten gehouden. Het zijn twee prima winterstekken waar je altijd wel wat vangt. Maar dan gaat het gerucht dat er in de haven van Kampen veel gevangen wordt. En in Bunschoten/ Spakenburg; en dat de haven van Huizen ook niet overgeslagen mag worden.
We maken weer kilometers om dat allemaal al vissend te onderzoeken. Vol adrenaline vertrekken we naar Kampen en ja hoor, we vangen veel mooie vis. Bunschoten Spakenburg, althans in elk geval de visboer, kent ons inmiddels.

Zo vissen we de hele winter door: van de ene tip naar de andere, steeds hopend op mooie vangsten. Het voorjaar is een wat slappe periode voor het binnenwater. Zodra we berichten horen over de grote rivieren, gaan we er op af. De Waal bij Woudrichem, de Lek bij Schalkwijk vormen ons jachtterrein. Niet altijd makkelijk maar ” er werd gezegd” dat we er goed zouden vangen.

Zo komen we weer langzaam bij de zomer. We horen dat er in de Yatzeehaven goed zeebaars wordt gevangen. We nodigen een ervaren binder van zeebaarsvliegen uit en gaan aan de slag met binden. Daarna op pad om er zeebaars mee te vangen. En vinden we ze niet in die haven, dan kammen we de hele maasvlakte uit tot we ze vinden. Het houdt dus maar niet op.

Ik koester die koorts, daar hoef ik geen medicijn voor.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *