Waar ga ik vissen na de winter

Ik schrijf dit verhaal op het meest oninteressante moment van het vliegvisseizoen, althans dat is mijn mening en die wordt ook door veel anderen gedeeld (zou een politicus zeggen). Het is de periode tussen wintervoorns in de diepe havens  en de prachtige zomervoorns in de betrekkelijk ondiepe poldersloten.

Saai en onrustig weer met de wind vaak in de verkeerde hoek, dat niet echt uitnodigt om weer een dagje te genieten van het vliegvissen. Toch heb ik de voorbije weken veel vliegvissers ontmoet die, net als ik, op zoek waren naar vis. En dat is dan wel weer een positief kantje van deze weersomstandigheden: lekker actief en je ziet veel viswater. Natuurlijk is er weinig vis te vangen in de polders als het water nog (te) koud is. Dat weet je, maar je weet ook dat de vis er wel is. Sommigen zijn van mening dat de naderende paaitijd de vissen niet hongerig maakt. Ik behoor tot de aanhangers van de theorie dat je maar gewoon moet blijven proberen om vis te vinden en dan te vangen.

En dat lukte redelijk, moet ik zeggen. Ik kan iedereen aanraden om aan het eind van de winter, midden maart tot eind april, de polders te doorkruisen en op heel veel plekken even te stoppen en een kwartiertje te werpen. Er zwemmen wel degelijk grote en kleine schooltjes vis rond en vaak worden die ruis en witvoorns verraden door jagende snoek. De voorns springen weg, maar je weet wel waar je dan moet zijn.
Voor de droge vlieg is het nog te vroeg maar een lichte nimf kan succes opleveren. Het is weer even wennen na een winterperiode waarin we onze nimfen strak over de bodem stripten. De vis zit al hoger en moet dus anders benaderd worden; al bijna in de stijl van het zomervissen op ruisvoorn. Ze zijn schuw en bij de minste verstoring vluchten ze weg. Het is dus de periode van de lange tippets die het wateroppervlak het minst verstoren. Ik ben zelf geen voorstander van lange leaders, omdat die vaak weer te zwaar zijn omdat ze taps toelopen. Als het niet te veel waait is een mooie tippet van 14/100 en 12/100 en dan 2,5 meter lang een prima ding om de voorns mee te verrassen. Ik doe dan wel halfom: een anderhalve meter 14/00, aan het eind zo’n heel klein ringetje, en daaraan knoop ik een meter 12/100. Heeft ook als voordeel dat het ringetje als breekpunt fungeert. Vooral prettig als je met een beetindicator vist. Die zet je dan op de 14/100 en die raak je niet kwijt.
Maar beter is het om helemaal geen indicator of verklikker te gebruiken. Als je zo’n schooltje vis hebt gevonden dan is het de kunst om je lichte nimf (traag zinkend) zo aan te bieden dat je de school niet verstoort. Niet de hele tippet over de school heen, zo van “dan strip ik m’n nimf door de school vis heen”, dat werkt niet. Blijf vlak voor de school inwerpen of hooguit in de rand. Als je zo inwerpt dat je tippet mooi strekt heb je kans dat je binnen seconden je aanbeet ziet: je tipppet ligt te trillen op het water of hij schiet met een rotgang weg als de voorn je nimf mee neemt.

Het vraagt nauwkeurigheid bij het werpen en concentratie, maar het is veel leuker dan met een beetverklikker. Het is net weer wat meer “vliegvissen”
Welke nimf je gebruikt, is op zich ook weer zo’n zoektocht. Ik heb ervaren dat een kleine nimf op haakje 16 of zelfs 18 het prima deed. Maar ook had ik een dag dat een grotere nimf prima ving. Er is geen recept , je moet het steeds weer uitvinden, dus vrij actief wisselen van nimf.
Ik gaf in het begin al aan dat het in deze periode een zoektocht is. Op de website van de GHV staat ons viswater en ik kan je uit eigen ervaring vertellen dat daar verrassende stekken tussen zitten. Vooral voor de wandelende vliegvisser die van de polder houdt. Ik woon in Zoetermeer en daardoor ben ik vooral georiënteerd op de polders in mijn omgeving. Ik kan ze allemaal aanbevelen: de polders rond Zoeterwoude en Hazerswoude (neem de A4 en N11 en je bent er zo) even verder de polders rond Hoogmade (schitterende vaarten, niet in de weekeinden want dan liggen de sloepjes er in file) Boskoop is ook zo’n gebied en dan met name de polders tussen Boskoop en Reeuwijk, in de buurt van het plaatsje Tempel. Kilometers kun je daar lopen langs smalle en brede vaarten. Steek eens door naar de wateren rond Waarder en Driebruggen. Het water is er uitdagend mooi, mits je een parkeerplek vindt. Rij eens richting de Wiericke in de buurt van de Oukoopse Dijk. Steek je door naar Reeuwijk, dan tref je talloze sloten en vaarten. Maar ook de andere kan ben ik uit geweest: Oudewater, de Linschoten, Oud- Ambacht en Stolwijk. Bij voorkeur niet in de weekeinden , dan zijn veel plekken niet toegankelijk, zie de viswijzer) , maar door de week heb je de plekken voor het uitkiezen. En wie actief zoekt, vindt altijd vis.
Kortom kilometers maken en veel uitproberen. En de bijvangst kan ook heel aangenaam zijn, je komt echt veel boerderijen tegen waar ze hun producten aanbieden: een pittig stukje kaas, daar kun je ook mee thuiskomen.
Lees de website van de GHV nog eens na bestudeer ons viswater en ga op ontdekkingstocht, je zult- net als ik- verrast worden.

Tight Lines
Chris van Elk

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *