Waarom het “vissen” heet………

Door Chris van Elk

Ik was woensdag weer naar Bunschoten-Spakenburg gegaan, omdat ik zulke goede herinneringen had aan de zaterdag de 18 e januari 2020 ervoor. We waren er toen met 16 leden van de Vliegvisafdeling van de GHV en we vingen redelijk tot goed.
Rene Wetters en ik hadden de dag wat extra glans willen geven door elkaar vooraf op scherp te zetten met de vraag wiens vlieg het beter zou gaan doen. Ik als voorstander van het “havenstokje”, een door Erik de Noorman doorontwikkelde OVM- vlieg, waarmee ik in Oudewater al heel goede resultaten had behaald. In stromend redelijk bruin water nog wel. De haven van Bunschoten Spakenburg is over het algemeen een stuk helderder en we weten dat er redelijk veel vis zit, waaronder echt mooie voorns en windes. En soms ook roofblei.

 

 

Rene had zich uitgesproken voor de Diawlbach, een gemeen vangertje in de haven van Bunschoten, zo hadden we voorgaande keren al eens gemerkt. Daar komt dat Rene ook nog eens een ervaren
visser is en de vlieg goed weet te presenteren. Want ook daarin bleek tijdens het vissen verschil.
We visten beiden tegen de bodem aan met een puntvlieg (de Diawlbach van Rene en het havenstokje van mij) en een als dropper een kleine redtag of greentag op haakje 14.
Rene had een voorkeur voor statisch vissen, dead-drift, en de lijn langzaam op de wind laten
meevoeren. Ik koos voor een actievere benadering, die het in Oudewater en Zoeterwoude ook altijd
wel doet, n.l. regelmatig een tikje aan de lijn waardoor de puntvlieg even loskomt van de bodem.
Vaak heb de dan heel snel na dat tikje een aanbeet.
Wij gingen onmiddellijk na aankomst naar de Nieuwe haven, er waren, op de plek waar wij wilden
vissen, nog geen witvisvissers met de vaste stok, we hadden prima de ruimte. Ondanks de wat
sombere weersvoorspellingen werd het rond 10.30 uur helder en ging de zon schijnen, prima
omstandigheden.
We kregen al snel een foto door van Hugo Reijman, die in de Oude haven een mooie ruisvoorn had gevangen. Wij begonnen ook te vangen en het liep gelijk op 1-1, 5-5, 10-10, de enige kans om een voorsprong te nemen was wanneer de ander draadbreuk had en even moest pauzeren om de zaak te herstellen. Maar nadat we beiden ongeveer 10 vissen hadden gevangen was de vaart er een beetje uit. Het was inmiddels lunchtijd en Marius ging ons op kosten van de club trakteren op een bakje kibbeling. Iedereen bij elkaar verzameld rond de vistent en ervaringen uitwisselen. Die waren nog al uiteenlopend, maar iedereen ving vis.
Na de kibbeling gingen Rene en ik weer terug naar de oorspronkelijke stek. Ik had besloten van puntvlieg te wisselen en ging ook een Diawlbach proberen. Of mijn zelfgebonden Diawlbach viel niet in de smaak of er was wat anders aan de hand, maar het vangen stagneerde. Rene ving inmiddels lekker door en was zo sportief om mij een van zijn, op dat moment goed vangende, nimfen te geven.
Het was een “neither” zo legde hij me uit, een zelfbedachte kruising tussen een natte vlieg en een
nimf, in een fluorescerende roze kleur, met een glitterend roze lijfje en een wikkeling van soft hackles. Geen havenstokje, maar dus meer een “zuurstokje”. Als er wintervoorns met een liefde voor barbiepoppen en Frozen zouden bestaan, zouden ze massaal op die nimf afduiken. Maar tot mijn verbazing ving ik er goed mee en liep ik mijn achterstand weer in tot 20-20. Het was inmiddels
gaan regenen, vervolgens hagelen, niet zo’n klein beetje en het duurde maar, maar wij visten door.
En toen kwam voor mij de klapper van de dag, een voorn van bijna 40 cm, met schepnet geland en
op de foto. Wat een vangst was dat. Maar eerlijk is eerlijk, ik had de vis gehaakt en geland, maar de
“zuurstoknimf” door Rene Wetters bedacht was de vangende nimf.
De visdag was daarna snel voorbij. Er was geen duidelijke conclusie te trekken over welke nimf beter
ving.
Ik heb zondag benut om een aantal van die mooie roze “neither”nimfen te maken. Ik wilde er
de woensdag daarna wel weer van de grote jongens mee gaan vangen. Geheel voorbereid was ik
woensdag de 22 januari 20 dus weer in Bunschoten-Spakenburg. Er zaten wat meer hengelaars met
vaste stok. De man naast mij eindigde zijn visdag met 160 vissen. Ik met 6 kleine vissen. Wat een
teleurstelling. Tot mijn troost liepen er nog vier vliegvissers en geen van hen ving meer dan 10 vissen.
Een langs wandelende, wat oudere, Spakenburger , die al een praatje had gemaakt met de witvisser
naast mij, vond het wat sneu voor mij dat de witvissers zich scheel vingen en ik niet. Maar ja, zo zei
hij met een blik waaruit ervaring sprak, “Daarom heet het vissen en niet vangen……….”
Toch ga ik zo snel mogelijk weer terug naar Bunschoten-Spakenburg, ze liggen er en moeten ook
door vliegvissers te vangen zijn.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *