Oostvoornsemeer (OVM) 2025 Blog

Via deze pagina wil ik de avonturen van de leden op het OVM 2025 vastleggen.

We hebben besloten in ons jaarlijks overleg om vaker op het OVM te gaan vissen. De mening is als je regelmatig gaat, leer je het water kennen en stijgen de kansen om een mooie forel te vangen.

Dag 1 12 januari 2025:
Deze dag was de aftrap. Met 7 leden gaan vissen. We starten om 9 uur in de ochtend. Het was zowaar een prachtdag en daar bleef het ook bij. Glashelder water. je kon tot zeker 5 meter diep de bodem zien.
Ik vissend uit de bellyboot heb 1 vis zien draaien, grote kolk. aanwerpen leidde niet tot een aanbeet.
Zo was eigenlijk de hele dag, pracht weer, een mooie visdag, maar niemand ving vis.

 

 

Dag 2; 26 januari
Deze dag waren er 9 leden met een paar ervaren OVM vissers bij ons. We zijn pas om 14:00hr gaan vissen Iets meer wind en wat kouder dan de eerste keer.
Dit keer werd er hoofdzakelijk in het ondiepe gevist of vanaf de dammen. Ondanks een vangend patroon volgens Calvin werd er weer niets gevangen. Een paar leden hadden wel een aanbeet. De vis was duidelijk voorzichtig en traag.
Dus ook deze dag is er niets gevangen.

Dag 3; 9 februari
Vandaag waren we met 5 leden om e gaan vissen. Weer was rustiger dan voorspeld. We konden dus mooi langs de dammen links en rechts van de loswal vissen.
Dit keer zijn er 4 vissen gevangen. 2 personen hadden er ieder 2. De andere 3 vingen weer niets.
Een  mooie beekridder zat erbij. Ook werd er een mooie regenboog man gevangen op kleur en een haakbek.
Kortom de vangsten beginnen te komen. over 2 weken gaan we weer. Kijken of we meer kunnen vangen.

 

Dag 4; 23 februari

 

Weer met de groep gevist. Ging toch weer slechter. Jan H een beginnende vliegvisser heeft er zowaar 1 gevangen. Uiteraard kon het hele viswater dit horen.
De andere hadden dit geluk niet. Er is nog 1 vis verspeeld, deze ging er met een grote sprong ervan door waardoor de haak losschoot.
Het gaat tot nu best moeizaam om vis te vangen vanaf de kant.

 

 

 

Dag 5; 9 maart

 

Vandaag met 6 man gevist. Van voor naar achteren glopen en gevist. Van de loswal tot aan de Kreek gevist. Geen aanbeet gehad. Bij terugkomst had een lid een zalmpje gevangen.

Zalmpjes zijn te herkennen: door de diep gevorkte staart. Lange zijvinnen en stippels boven de zijlijn en ook vaak minder dan andere forellen.

 

Dag 6; 23 maart

Waren maar met 4 man. Er zijn totaal 13 vissen gevangen. Saiblingen en bruine forel door elkaar. Was te verwachten, de woensdag ervoor was er namelijk vis uitgezet.
We zullen zien of dit in april doorzet.

Vliegvissen op de rivier

Vissen op de Merwede is een beetje als thuiskomen. Enkelen van ons zijn er geboren en getogen, en het is min of meer een vaste waarde in ons programma. Voor de locals lijkt het dan weer een Haagse invasie. En eerlijk gezegd deze keer was het wel een beetje zo.

Het eerste uitje sinds tijden georganiseerd door René, was een doorslaand succes. Op 22 augustus, stonden we met 18 man aan de waterkant, zonnig maar niet te, wat wil je nog meer. De nieuwe leden waren meer dan welkom en werden goed op weg geholpen. Niet dat het echt nodig was. Ze hebben lekker gevangen. Rene liep als een moeder kloek langs de waterkant. Wakend dat iedereen het naar zijn zin had. Al snel was duidelijk dat dat zijn wakend oog niet meer nodig was en kon ook hij zijn vlieg nat maken.

Met riviervissen ben je 18 man zo kwijt. De hoeveelheid visstekken is ronduit onbeperkt. Al zaten er deze keer stukken bij waar het vissen niet wilde lukken. Op het eerste stuk waar je direct tegen aan loopt lag teveel wier waardoor het vrijwel onmogelijk was om te vissen. Rechts daarvan, na het rietveld stond je wel goed en is er volop gevangen. Links na de eerste strekdam was het ook goed.

Frans stond op het gouden stekkie en was het meest succesvol van iedereen. Een enkele avonturier genaamd Gert liep nog veel verder weg en kwam vissend terug. Succesvol genoeg, en ook weer groot. Maar dan hebben we het ook over de mensen die uit deze streek komen.

De vangsten waren niet groot in aantallen, maar wel in de maten. Vele grote voorns, windes, roofblij en dies meer zijn er gevangen. Een aandachtspunt is wel het aanslaan. De hoeveelheid vis die gemist is, was misschien wel even groot als de aantallen die gevangen zijn. Misschien een onderwerp voor een nieuwe cursus?

Om 6:30 op staan en dan rond 20:00 weer thuis komen lijkt een lange dag. Maar als je aan de waterkant staat., zo nu en dan een visje vangt, in goed gezelschap bent, af en toe oog heb voor de aken die voorbijvaren, dan vliegt zo een dag voorbij.

René, bedankt voor een geslaagde dag.

Leo van kampen.
Tight lines

Learning to fly….

Vissen, dat is me met de paplepel ingegoten. Als klein mannetje ging ik al vroeg op pad met mijn opa. Hij viste met de vaste stok, en zo ben ik dus ook begonnen. Puur genieten van de natuur. Als klein mannetje droom je natuurlijk al snel van grotere vis. Een werphengel moest er dus komen. Ik wou immers een snoek vangen, of een karper. Mooie sterke vissen. Bovendien was een werphengel in die tijd ook veel stoerder.

Nu jaren later heeft het visvirus me nog niet verlaten, sterker nog, denk er bijna altijd aan. En in de auto speur ik altijd naar nieuw viswater. Het laat me niet los.

Door de vele uren die ik in het vissen heb gestoken heb ik ook al heel wat vis van mijn bucketlist kunnen wegstrepen. Echter heb ik altijd al een fascinatie gehad voor forel. Maar ik vind dat je forel aan een vlieghengel moet vangen. En wat blijkt, dat is toch even wat anders dan een gewone werphengel . Maar dat hoef ik jullie niet uit te leggen denk ik.

Als snel schreef ik me in voor de werpcursus van 2019 en werden de eerste stappen gemaakt richting het vangen van mijn eerste forel. En ik moet zeggen, dat als je eenmaal het gevoel te pakken hebt dat het werpen steeds makkelijker en leuker gaat worden.

Na de werpcursus ook meteen mee met mijn eerste clubuitje. Bernisse werd plaats delict, poeh dat was een taaie dag.. er werd maar mondjesmaat vis gevangen en ik ging met lege handen naar huis, maar wel met een hoop ervaring. Wat zeker met vliegvissen niet onbelangrijk is.

Ook thuis werd er natuurlijk geoefend en gevist, al snel ving ik in de polder mijn eerste voorntjes. Echt heel leuk om te doen. Voor het eerst in jaren deed bij mij de grootte van de vis er niet meer toe, maar gaat het meer om het plezier. Ze zeggen ook over vliegvissen dat het de leukste manier is om weinig vis te vangen.

Met het volgende clubuitje waar ik mij bij aansloot gingen we naar de nieuwe waterweg bij Maassluis. Ook dat bleek een taaie dag, maar gelukkig ving iedereen volgens mij wel zijn visje. Ik had het geluk om zelfs nog een leuke winde te vangen. Deze had ik nog nooit gevangen en was dus zeer welkom. Al met al dus weer een hele leuke dag.

Het vissen thuis ging ook gewoon door en al snel vond ik een mooie stek in een parkje vlakbij. Als beginner wel zo makkelijk want je hoeft de vis dan ook niet heel ver te zoeken. Tot mijn verbazing zwemmen er ook nog best mooie ruis-en blankvoorn op dit water. Ik begon steeds meer te vangen en ik genoot van elk moment aan de waterkant.

Ook zag ik af en toe een flink bruisbed hier en daar, wat zou dat gaaf zijn om die te vangen, dus wierp ik af en toe een bruisbed aan. Niet wetende wat deze mysterieuze vis was, maar waarschijnlijk brasem. Echter zonder resultaat. Totdat op een dag ik weer een mooie plakkaat met bellen zag, precies midden in de vijver. De worp was perfect, in mijn ogen althans. Nu besloot ik het anders te doen en liet mijn nymph lekker liggen alleen de wind bracht er beweging in. Totdat ik mijn indicator zag verdwijnen en de lijn wegliep. Zonder aarzeling zocht ik contact met de, tot dan onbekende vis.

Niet gewend aan grote vis te vangen, aan mijn vliegenhengel, was de spanning ten top. Wat zou er aan het uiteinde hangen? Het vocht voor wat het waard was in ieder geval. Niet veel later zie ik een schim. Het zal toch niet? Maar al snel werd het duidelijk, ik had zowaar een zeelt te pakken. Van wat ik begreep, best uniek aan de vlieg. Nu werd ik nog nerveuzer, gelukkig had ik een net bij me en werd de zeelt ‘vakkundig’ geland. Er loopt altijd wel iemand in het park, maar nu was ik natuurlijk alleen. Het moest dus maar een klassieke vliegvisfoto worden, van vis met reel. Toch maar even meten. Mijn grootse zeelt die ik had gevangen was 47cm, maar deze leek ook erg lang en zwaar. Nou dat had ik goed gezien. 49 cm! Het is gewoon een topvis.

De drang naar een forel bleef. Daar was het mee natuurlijk in eerste instantie om te doen geweest. Maar het vliegvissen is meer, veel meer. En ik verheug me al op alles wat er komende jaren gaat komen.

Maar goed die forel moest er toch maar eens van komen. Ik had even niet de gelegenheid om naar het buitenland te gaan, dus zocht ik een forellenvijver op. Het is een beetje vloeken in de kerk, maar ach. Die buitenlandtrip die komt nog wel. Maar goed, daar sta ik dan aan de vijver, eerste uur niks.. tweede uur niks.. derde uur.. tik hangen! een klein forelletje maakt mijn dag goed. Het was lekker weer, dus besluit nog even te blijven. En ja hoor net voordat ik er de brui aan wil geven, bam. Gewoon een keiharde aanbeet. Deze voelde meteen groter als de eerste. En dat blijkt als hij zich voor de eerste keer laat zien. Wat een prachtvis!

Snel een foto als bewijs en ik heb een grijns op mijn gezicht die er nog wel even op blijft staan. Heerlijk. Inmiddels heb ik alweer 3 vlieghengels staan en ga ik het liefst met de vlieghengel op pad. 2020 is begonnen en de plannen zijn gesmeed. Wordt vervolgd..

Tight (fly)lines,

Micha

Review Jagerspad in de omgeving van Boskoop

Een van de leden van de roofviscommissie, die de review over Hazerswoude had gelezen, tipte me om eens te gaan vissen in Boskoop langs het Jagerspad en aansluitende vaarten. De brede sloten zijn vooral in trek bij roofvissers, maar hij had er regelmatig ook vliegvissers gezien, zo mailde hij me.
Vanuit mijn woonplaats Zoetermeer is het een kwartiertje rijden: vanuit den Haag een stuk verder, de A12 op afslag Benthuizen, Benthuizen door richting Boskoop, vlak voor Boskoop linksaf een weg in de “de Roemer” heet. Helemaal uitrijden en dan rechtsaf “de Loete”op. Ook die helemaal uitrijden en na het oversteken van de spoorbaan met de bocht mee naar rechts, het Paddegat op en na 50 meter linksaf. Na 500 meter kom je dan op een T splitsing waar het Jagerspad begint. Het is een kruispunt van een aantal brede vaarten. Ik ben er de eerste keer gaan vissen in april. De vaarten waren na de winter nog niet begroeid met waterplanten en het vissen met een nimf ging prima. De wind uit het westen, in de rug, en het is goed mogelijk om tegen de overgelegen oever aan te vissen, die begroeid is met struiken, waarvan de takken ruim over het water hangen. En daar lagen veel voorns en baarzen. Mijn eerste middag, een uurtje of 3 vissen, sloot ik af met ongeveer 25 vissen, waaronder mooie ruisvoorns, witvoorns en een enkele baars. Een paar weken later, nog steeds in april, met Ton van Deursen  en Leen Lock gevist en samen vingen we 100 mooie voorns. Veelbelovend water dus.
Maar, de keerzijde is dat het water gaandeweg steeds meer dichtgroeit met waterplanten.  Het duurt een tijdje voordat die de  wateroppervlakte bereiken, want het water langs het Jagerspad is meer dan een meter diep, de andere vaarten iets minder.  Maar toch, begin juni werd het steeds moeilijker om de diepe plekken te vinden en leek het of de vis weggetrokken was. Waarheen blijft een raadsel, ik heb alle omliggende vaarten afgevist en weinig gevangen. Pas kort geleden, midden juni  was het weer mogelijk vis te vangen.  De plantengroei lijkt nu stabiel en nu zijn de open plekken te vinden waar de vis tussen zit. Met kleine (haakje 18) langzaam zinkende nimfen ving ik op die plekken, waar de ruisvoorns in scholen bij elkaar liggen, in twee uur tijd 20 voorns en natuurlijk ook weer baars, die altijd in is voor een  snel gestript nimfje, hoe klein ook. In het voorjaar schiet het onkruid langs de oevers snel omhoog, een stripmand is dan ook aan te bevelen, evenals een schepnet, een flinke ruisvoorn til je niet met 10/100 over het riet heen.
Het Jagerspad ligt een kleine kilometer voorbij de Loete, een plek die bij vliegvissers bekend is als snoekwater. Ik wil onze vrienden van de roofviscommissie niet het gras voor de voeten wegmaaien, maar het Jagerspad en de andere vaarten beloven ook voor vliegvissers goede roofvismogelijkheden.
Wel geldt ook hier een duidelijke waarschuwing, de vaarten liggen langs weggetjes waarover veel fietsverkeer komt. Heel goed opletten dus, zeker als je met streamers aan de slag gaat.Het water is goed te bereiken, je kunt overals langs de oevers lopen en als je de aanliggende vaarten ook bevist ben je wel een dag aan het wandelen. Parkeren kun je overal in de berm.
Mijn conclusie: schitterende landelijke omgeving met helder water. Gevarieerd vissen zowel nimf als droge vlieg en in de winter zou het ook nog wel een goede voornstek kunnen zijn omdat het water relatief diep is ten opzichte van de vele vaarten tussen de kwekerijen.

Waarom het “vissen” heet………

Door Chris van Elk

Ik was woensdag weer naar Bunschoten-Spakenburg gegaan, omdat ik zulke goede herinneringen had aan de zaterdag de 18 e januari 2020 ervoor. We waren er toen met 16 leden van de Vliegvisafdeling van de GHV en we vingen redelijk tot goed.
Rene Wetters en ik hadden de dag wat extra glans willen geven door elkaar vooraf op scherp te zetten met de vraag wiens vlieg het beter zou gaan doen. Ik als voorstander van het “havenstokje”, een door Erik de Noorman doorontwikkelde OVM- vlieg, waarmee ik in Oudewater al heel goede resultaten had behaald. In stromend redelijk bruin water nog wel. De haven van Bunschoten Spakenburg is over het algemeen een stuk helderder en we weten dat er redelijk veel vis zit, waaronder echt mooie voorns en windes. En soms ook roofblei.

 

 

Rene had zich uitgesproken voor de Diawlbach, een gemeen vangertje in de haven van Bunschoten, zo hadden we voorgaande keren al eens gemerkt. Daar komt dat Rene ook nog eens een ervaren
visser is en de vlieg goed weet te presenteren. Want ook daarin bleek tijdens het vissen verschil.
We visten beiden tegen de bodem aan met een puntvlieg (de Diawlbach van Rene en het havenstokje van mij) en een als dropper een kleine redtag of greentag op haakje 14.
Rene had een voorkeur voor statisch vissen, dead-drift, en de lijn langzaam op de wind laten
meevoeren. Ik koos voor een actievere benadering, die het in Oudewater en Zoeterwoude ook altijd
wel doet, n.l. regelmatig een tikje aan de lijn waardoor de puntvlieg even loskomt van de bodem.
Vaak heb de dan heel snel na dat tikje een aanbeet.
Wij gingen onmiddellijk na aankomst naar de Nieuwe haven, er waren, op de plek waar wij wilden
vissen, nog geen witvisvissers met de vaste stok, we hadden prima de ruimte. Ondanks de wat
sombere weersvoorspellingen werd het rond 10.30 uur helder en ging de zon schijnen, prima
omstandigheden.
We kregen al snel een foto door van Hugo Reijman, die in de Oude haven een mooie ruisvoorn had gevangen. Wij begonnen ook te vangen en het liep gelijk op 1-1, 5-5, 10-10, de enige kans om een voorsprong te nemen was wanneer de ander draadbreuk had en even moest pauzeren om de zaak te herstellen. Maar nadat we beiden ongeveer 10 vissen hadden gevangen was de vaart er een beetje uit. Het was inmiddels lunchtijd en Marius ging ons op kosten van de club trakteren op een bakje kibbeling. Iedereen bij elkaar verzameld rond de vistent en ervaringen uitwisselen. Die waren nog al uiteenlopend, maar iedereen ving vis.
Na de kibbeling gingen Rene en ik weer terug naar de oorspronkelijke stek. Ik had besloten van puntvlieg te wisselen en ging ook een Diawlbach proberen. Of mijn zelfgebonden Diawlbach viel niet in de smaak of er was wat anders aan de hand, maar het vangen stagneerde. Rene ving inmiddels lekker door en was zo sportief om mij een van zijn, op dat moment goed vangende, nimfen te geven.
Het was een “neither” zo legde hij me uit, een zelfbedachte kruising tussen een natte vlieg en een
nimf, in een fluorescerende roze kleur, met een glitterend roze lijfje en een wikkeling van soft hackles. Geen havenstokje, maar dus meer een “zuurstokje”. Als er wintervoorns met een liefde voor barbiepoppen en Frozen zouden bestaan, zouden ze massaal op die nimf afduiken. Maar tot mijn verbazing ving ik er goed mee en liep ik mijn achterstand weer in tot 20-20. Het was inmiddels
gaan regenen, vervolgens hagelen, niet zo’n klein beetje en het duurde maar, maar wij visten door.
En toen kwam voor mij de klapper van de dag, een voorn van bijna 40 cm, met schepnet geland en
op de foto. Wat een vangst was dat. Maar eerlijk is eerlijk, ik had de vis gehaakt en geland, maar de
“zuurstoknimf” door Rene Wetters bedacht was de vangende nimf.
De visdag was daarna snel voorbij. Er was geen duidelijke conclusie te trekken over welke nimf beter
ving.
Ik heb zondag benut om een aantal van die mooie roze “neither”nimfen te maken. Ik wilde er
de woensdag daarna wel weer van de grote jongens mee gaan vangen. Geheel voorbereid was ik
woensdag de 22 januari 20 dus weer in Bunschoten-Spakenburg. Er zaten wat meer hengelaars met
vaste stok. De man naast mij eindigde zijn visdag met 160 vissen. Ik met 6 kleine vissen. Wat een
teleurstelling. Tot mijn troost liepen er nog vier vliegvissers en geen van hen ving meer dan 10 vissen.
Een langs wandelende, wat oudere, Spakenburger , die al een praatje had gemaakt met de witvisser
naast mij, vond het wat sneu voor mij dat de witvissers zich scheel vingen en ik niet. Maar ja, zo zei
hij met een blik waaruit ervaring sprak, “Daarom heet het vissen en niet vangen……….”
Toch ga ik zo snel mogelijk weer terug naar Bunschoten-Spakenburg, ze liggen er en moeten ook
door vliegvissers te vangen zijn.

Baggelhuizen Mei 2019

Baggelhuizen Mei 2019.

One Love

Baggelhuizen Ko met RegenboogforelDankzij onze vismaat Ko zijn het nummer One love van U2 en Baggelhuizen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zijn digitale sfeerrapportage over ons uitje werd begeleid met dit nummer. Een schot in de roos want vissen in Baggelhuizen is liefde op het eerste gezicht. One love is dan ook het verhaal van 9 mannen en één liefde.Route naar Baggelhuizen

Baggelhuizen ligt niet naast de deur. Het is niet de moeite waard om voor een dagje op en neer te gaan. Tenzij jij een persoon bent die het leuk vindt om in Antwerpen te ontbijten, in Parijs te lunchen, te dineren in Limburg, en af te zakken in Den Haag. Wij zijn niet zo een persoon. Wij gaan naar Baggelhuizen vissen er, overnachten er, eten en drinken wat, ouwehoeren slap, vissen wat. Voor wie een dag eerder gaat is er van dit heerlijks één dag extra. Sommigen gingen op vrijdag heen, anderen op zaterdag vroeg. Allen gingen zondag naar huis.

Wij zijn; Marius, Paulus, Leen, Peter, Chris, Hugo, Twan, Ko en ik zei de gek. Of zoals ik ons zou willen noemen “ The Magnificent Nine”.Baggelhuizen Chris met regenboogforel

Het verhaal begint enigszins sadistisch. Terwijl ik op het werk 120 aanslagen per minuut maak op de laptop, stromen de app’jes binnen van vier of vijf aanslagen per minuut van grote forellen. Ze zijn los. De trotse gezichten van deze sadisten met hun monsters van forellen in de hand kijken mij spottend aan. Ik vertrek pas zaterdag vroeg. De vrijdag is in ieder geval al naar de maan.

Baggelhuizen Peter met regenboogforelZaterdagochtend 5:00 uur. De wekker gaat. Ik heb zo een wekker dat niet tringt of piept, mijn wekker wekt met zachte vogel geluidjes. Ik ben er al jaren aan gewend. Meer daarover straks meer. In ben nog zo moe dat ik zelf geen bakkie pleur neem. Slapen kan in de auto en koffie staat klaar op onze eindbestemming. Visspullen inladen en 5:45 rijd ik met mijn broer richting Baggelhuizen. De weg is uitgestorven.

Baggelhuizen vliegviscentrumHet is 8:00 uur als we parkeren voor het vliegviscentrum Baggelhuizen. Prachtige naam. Niets aan gelogen. Het meer van deze vliegvisvereniging is een stukje paradijs in Drenthe. Nu is rondom Assen al snel iets een paradijsje, maar deze plas behoort echt tot de top locaties van Nederland. De visvereniging Baggelhuizen laat zo af en toe collega visverenigingen toe. Wij waren in het weekend van 4 en 5 mei de gelukkigen.

Deze visvereniging heeft slimme leden. Alvorens er nieuwe vis wordt uitgezet, wordt de vijver voor een groot deel leeg gevangen. Dit levert een extra centje op, maar het betekent ook dat een groot deel van de slim geworden vis er niet meer is waardoor er relatief veel nieuw uitgezette Baggelhuizen Twan in een bellyboot vis aan het drillendombo’s zijn die willen bijten. Zo worden de vangsten op peil blijven. Slimme jongens die Baggelhuizernezen. Ze zetten ook groot uit van een goede stam. De vissen zijn sterk. Meerdere keren gingen ze zo heftig door mijn slip dat ik dacht dat er een meter vis aan zat. Maar, hoewel de vis van een mooi formaat was, waren het “slechts” 50-ers en 60-ers.

Baggelhuizen Paulus met regenboogIk schat in dat het meer ruim plaats biedt aan 6 à 7 bellyboten en een stuk of tien visser rondom. Wij waren met 4 vissers en 5 bellyboten. En dan was er nog de verdwaalde local aan de kant en op het water. Plaats genoeg voor iedereen. De bellyboters toonden zich van hun beste kant en wisselde ’s middags plek met de vissers aan de wal. Anders gezegd de botenvissers wisselde plek met de walvissers.

Ik wou dat ik spannende verhalen kon vertellen over bijzondere vliegen, speciale vismethodes of iets anders dat dit verhaal wat interessanter kan maken, maar het leven in Baggelhuizen was dit weekend simpel. Vissen vanuit de Bellyboot was veruit het meest effectief. Chartreuse Booby op een zinklijn. Traag vissen. Ik bedoel dus traag en niet langzaam. Soms was zelfs helemaal niets doen al te snel. Chatreuse is de bekakte naam van de vliegvisser voor licht groen. Dan was er nog de Baggelhuizer Killer. Liefkozend afgekort tot de BHK. De BHK is in beginsel een wit gehakkeld lijfje met een oranje kopje en een staartje. Weinig spannends aan. Vissen als een streamer. De BHK was een topper op de intermediate. Drijvend was er weinig te beleven. Er werden wel vissen gevangen met andere vliegen maar de BHK en de chartreuse Booby waren veruit het meest effectief

Baggelhuizen Marius in bellyboot met regenboogBaggelhuizen Leen met regenboogIedereen heeft vissen gevangen van een mooi formaat. Helaas waren er dit weekend ook weer die vissers wiens naam wij liever niet noemen. Die mensen die zo belachelijk veel vangen dat ze een zwarte schaduw werpen op de viskunsten van jezelf. Zeg maar de Voldemorts onder de vliegvissers. Het waren er dit keer drie. Deze drie vingen meer vissen dan de overige zes bij elkaar. Zij zullen niet bij naam genoemd worden.

Wat wel heel spannend was, was het weer. Vivaldi moet zijn Vier Jaargetijden geschreven hebben op een dag als onze visdag. We hebben een strak heldere hemel gehad met een aangenaam temperatuurtje. Een dreigende zwarte hemel waar rollende donders uitkwamen. Regen, natte sneeuw, en hagel. Veel hagel. Op zondag zelfs pijnlijke hagel (zie de foto hiernaast). Af en toe regenMaar wat maakt een vistrip nog mooier dan dat er ontberingen getrotseerd moeten worden om de vissen te vangen? Het maakt het heroïsche verhaal van de vliegvisser compleet. En ons verhaal is wat dat betreft over compleet. Het water voelde met een paar graden warm aan. Zo koud was het bijtijds.

Na het vissen is er het leven aan de wal. We sliepen in een soort jeugdherberg, en wij waren de enige jeugd. Dit betekent dat we met 9 man de beschikking hadden over twintig slaapplaatsen, een keuken waar je in kon verdwalen en een gezellige ontmoetingskamer. Leen wierp zich op tot houthakker en maakte houtjes voor de open haard. Naast vissen zijn favoriete hobby. Hij heeft dan ook altijd zijn hobby bijl bij zich.

Na een natte koude dag vol visgeweld, zit je dan ’s avonds aan de clubhuis in assenopenhaard, met goed gezelschap en een lekker drankje te praten over het favoriete onderwerp van het  moment “De Booby”. Ik heb deze avond veel geleerd over de symmetrische en de asymmetrische Booby. De Booby met ronde boobies of cilindrische boobies. Boobies in kinderpanty’s. De voorkeuren en voordelen voor grote of kleine Boobies De gewenste haaksteel lengte van de Booby. We hebben het er zelfs over gehad of een knipogende, lekke Booby nog kan vangen of niet. Nadat al deze wijsheden uitgewisseld waren, was de conclusie dat de chartreuse Booby de vanger was. Maar ja, dat wisten we al.

Ook ik ving mijn visje, maar Baggelhuizen was ook wel een beetje “ Baggah Hauze” voor mij. Dit is Haags voor het was ook wel een beetje prut. Een soort van one love en seven dramaatjes. Ik wil hier eigenlijk niet over uitwijden, je hebt al snel de naam een zeur te zijn. Maar als u beloofd dat dit onder ons blijft, zal ik het kort toelichten. De auteur met een regenboog.

Op de heenweg hoopte ik nog wat slaap in te halen. Maar mijn vismaatje kon zijn klep niet houden.

Ik was aan het begin van de dag dan ook nog zo moe dat ik drie keer achter elkaar mijn hengel verkeerd optuigde omdat ik drie keer hetzelfde oog niet had meegenomen. Na de derde keer kon ik mijn hengel wel in tweeën breken.

Aan het einde van de dag voegde ik de daad bij het woord en brak ik mijn topdeel bij het onthaken van een grote jongen.

Zoals al aangegeven, word ik thuis gewekt door een wekker met vogelgeluiden. Baggelhuizen ligt in een in een prachtig natuurpark en om 4:00 uur beginnen de vogels te kwetteren. Precies zoals mijn #$%&*@# wekker. Dus had ik weer niet heel veel slaap..

Iemand had in de herberg al het toiletpapier gebruikt om zijn wandelschoenen te drogen. Een rare gewaarwording zo vroeg in de morgen. Zeker als je de ontdekking te laat maakt.

Onder de douche kwam ik er ook achter dat de flessen Nivea huidlotion en Nivea shampoo erg op elkaar lijken. Ik moest dan ook even nadenken toen ik onder de douche ineens een handje vol witte smurrie had in plaats van shampoo.

Hiernaast waren er nog twee vissen vals gehaakt ook, maar dat ga ik zeker niemand vertellen.

De sluitingstijd van Baggelhuizen is 17:00. Je moet van het water af. Dit is niet leuk, maar ook niet onterecht. De visstek wordt gerund door de leden op vrijwillige basis. Het is natuurlijk al geweldig dat ze de moeite nemen om in het weekend hun vrije tijd op te geven om het vissers zoals ons mogelijk te maken die ene liefde te bedrijven. Bij dezen een grote pluim voor de vrijwilligers. Een pluim gaat ook naar Peter en Chris uit voor het organiseren. Hierbij een oprecht dank-je-wel voor een fantastisch weekend.

Baggelhuizen.
Volgend jaar weer?

Hell Yes.

Tight Lines,
Leo van Kampen

Verboden te vliegvissen langs de Burgel in Kampen

Heren, hieronder een bericht over weer een plek waar niet met de vliegenhengel gevist mag worden. We kunnen het niet vaak genoeg zeggen, let in steden en dorpen op de omgeving. Voordat je het weet vallen er stekken weg. 1 persoon gehaakt en er volgt gelijk een verbod.

In verband met gevaar en overlast voor omstanders, is vliegvissen langs de Burgel in het centrum van Kampen per direct verboden. Dit hebben Hengelaarsverenging Ons Vermaak en de gemeente Kampen in goed overleg besloten. (Foto: Attest Communicatie; foto is in scène gezet)

Aanleiding voor dit verbod is de overlast die deze vorm van vissen veroorzaakt en de gevaarlijke situaties die hierdoor ontstaan. De discussie rondom een verbod laaide op nadat eind vorig jaar een buurtbewoner letterlijk aan de haak geslagen werd.

‘Mooie sport’
‘Vissers komen van heinde en verre om aan de Burgel te vliegvissen’, aldus Renko van Bodegraven, voorzitter van HV Ons Vermaak. De directe verbinding met de IJssel zorgt er voor dat er veel vis, vooral voorns, in de Burgel zwemmen. ‘Voorns kun je heel mooi vangen met vliegvissen’, weet hij. ‘Bovendien is het water van de Burgel erg helder, zodat je de vissen goed ziet zwemmen.’ Echter: langs de Burgel, op de Burgwal en de Vloeddijk, zijn veel mensen – op de fiets of wandelend – te vinden. ‘Dat maakt dat deze sport op gespannen voet leeft met de omgeving.’ Om toekomstige incidenten te voorkomen, is daarom besloten een vliegvisverbod voor de gehele Burgel uit te vaardigen. ‘Dat betekent dat er aan de Burgwal en de Vloeddijk nog wel ‘gewoon’ mag worden gevist, maar dat het verboden is om er te vliegvissen.’

Strenger handhaven
Voor het vissen in Kampen is een Vispas nodig. Deze vispassen worden uitgegeven door HV Ons Vermaak. In de voorwaarden van de Vispas staat al dat het verboden is om tijdens het vissen overlast te veroorzaken. Vanaf volgend seizoen wordt door de visvereniging expliciet aan de voorwaarden van de Vispas toegevoegd dat vliegvissen in de Burgel verboden is. Ook worden de huidige vispashouders door de hengelaarsvereniging over het vliegvisverbod aan de Burgel geïnformeerd.

Om te voorkomen dat het vliegvissen zich verplaatst naar het stadspark of andere plekken waar veel publiek te vinden is, zal er door handhavers extra worden gecontroleerd. ‘Bij overlast elders kunnen vliegvissers gevraagd worden hun handelingen te staken’, aldus Van Bodegraven. De visvergunning geeft tenslotte in haar voorwaarden aan dat er bij constatering van overlast – waar dan ook – door handhavers beboet kan worden. ‘We doen daarom graag, nog meer dan anders, een beroep op de verantwoordelijkheid van iedere sportvisser om oog en oor voor de mens en de omgeving te hebben.’

Review Oostvoornse Meer (OVM)

Het Oostvoornse meer is een diep en helder (brak) water (half zoet/half zout). De grootte van dit water (270 hectare) bedraagt van oost naar west 2500 meter en van noord naar zuid 400 tot 900 meter De diepte varieert van 20/25 meter tot 30/35 meter waarbij er enkele putten zijn van net iets meer dan 40 meter. Het Oostvoornse meer behoort tot de provincie Zuid-Holland en ligt bij Brielle in het zogenaamde Rijnmondgebied.
Het Oostvoornsemeer is een recreatiegebied aan de rand van één van ‘s werelds grootste zeehavens. Het ligt onder de rook van de petrochemische industrie. Vroeger lag hier de zandbank ‘Maasdroogen’ die in de loop van eeuwen een waar scheepskerkhof was. Daarom zal het Oostvoornsemeer waarschijnlijk meer scheepswrakken herbergen dan tot nu toe zijn ontdekt.

Het Oostvoornse meer ontstond in 1966 toen in het Brielse Gat een tweede dam werd aangelegd. De eerste dam in het Brielse Gat was in 1950  aangelegd, waardoor de Brielse Maas  werd afgesloten van de Noordzee en het Brielsemeer ontstond. Uit het Oostvoornse meer is zand gewonnen om de Maasvlakte op te spuiten. De dam tussen de Noordzee en het Oostvoornse meer is een beschermd natuurgebied. Vanuit het Beerkanaal wordt zout water in het Oostvoornse Meer gepompt, zodat het water zouter wordt, het zicht zal verbeteren en er meer specifieke flora en fauna kan ontstaan.
Het meer is door zijn geïsoleerde positie bepaald vissoortenarm, maar er zijn hier toch de driedoornige stekelbaars, paling, tarbot, dikkopjes, donderpadden, puitaal, uitgezette regenboogforellen en bruine forellen, strandgapers en kokkels  en een populatie haring te vinden.

Waar te vissen
Het vliegvissen gebeurt meestal  met als startpunt de zogenaamde Loswal aan de Noordoever (dat is de aanduiding die GoogleMaps ook gebruikt) Voordeel is dat daar een goede parkeerplaats is met voldoende ruimte. Ten tweede is het daar een voordeel dat er direct twee makkelijk te bereiken dammen liggen, waarvandaan naar het diepe water gevist kan worden. Er zijn ook andere plekken, maar in deze review beperk ik me tot de Loswal.
In het spraakgebruik worden twee benamingen voor het water gehanteerd: de binnenbak en de buitenbak. De binnenbak is het water dat tussen de oevers en de dammen ligt; de buitenbak is het diepere water dat achter de dammen ligt, de eigenlijke plas dus.

Het vissen in de binnenbak of buitenbak is verschillend. De binnenbakken zijn gemiddeld 60 tot 90 cm diep met een zandbodem die op enkele plekken begroeid is met diepliggend wier. Het water is er rustig, er staat weinig stroming. Vrijwel altijd is het in de binnenbak helder. Bij Noord/noordoosten wind kan het wel eens troebel zijn. Die helderheid heeft naast het voordeel dat je met een goede polariserende zonnebril de vissen kunt zien, het nadeel dat je zelf ook makkelijk opvalt. En omdat dat ook voor de (drijvende) vliegenlijn geldt wordt in de binnenbak over het algemeen gevist met met zeer lange leaders en tippets. Lente van 4 tot 6 meter zijn niet ongebruikelijk. Een ander voordeel van de binnenbak is de mogelijkheid om altijd met de wind op je goede hand te vissen, de binnenbakken zijn breed genoeg. Er kunnen grote forellen worden gevangen en de aanbeet is vaak heftig. Het gebruik van een tippet van 22/100 of zwaarder is niet ongebruikelijk. De grootste gevangen regenboogforel die bekend is, was 95 cm. Gemiddeld ligt de lengte tussen 35 en 60 cm.

De binnenbakken
Er zijn meerdere binnenbakken: vanaf de loswal gezien ligt aan de linkerkant voor het recreatiestrand een kilometers lange binnenbak. Deze bak is minder populair omdat er nogal verschillen in bodemgesteldheid zijn, soms stap je van zand opeens in modder. Daar is een waadstok aan te bevelen, ook omdat de diepte sterk en plotseling kan wisselen, kuilen dus waarin je staand kunt drinken.
De binnenbak die rechts van de loswal ligt, is makkelijker te bevissen. Een deel van de binnenbak is verboden terrein, vanaf de loswal is een vogelkijkhut een de overkant te zien. Trek een denkbeeldige lijn van de loswal naar die hut en je mag niet rechts van die lijn vissen, het is broedgebied en je krijgt een flinke bon als je betrapt wordt.
In de rechter binnenbak kun je doorwaden naar het eind, richting Oostvoorne. Je komt in die bak door bij de loswal aan de rechterkant het water in te gaan en dan de rietoever te volgen tot het punt waar je tegenover een dam staat. Vervolgens loop je een tiental meters richting de vogelgut en je staat in veilig water. Hou er rekening mee dat het water vlak voor de dammen weer een stuk dieper is, daar kun je niet doorwaden. Wel mooi om te bevissen vanuit de binnenbak, veel forel aast tegen de dammen aan in het diepere deel.
Als je de rechterbinnenbrak binnengaat heb je aan je rechterkant een volledig begroeide oever. Ook onder die oever azen veel vissen omdat er insecten uit de struiken het water inwaaien (bijvoorbeeld bibio’s) Als je doorloopt zie je in de verte drie forse palen in het water staan. Een geliefde plek, omdat die palen de lijn aangeven waarachter het dieper wordt. Het advies is om niet te ver voorbij die lijn te lopen, je gaat kopje onder. Veel vissers zoeken juist die plek op omdat de daar het diepe in kunt vissen. Een voor de hele rechter binnenbak geldt dat je daar bij zuidwesten wind uitstekend staat.

De dammetjes
De dammetjes zijn een verhaal apart. Ze bestaan uit onregelmatige en scherpe keien. Als je op de dammen gaat vissen is een stripmand bijna een vereiste om je lijnen niet te beschadigen. Er is vrijwel geen ruimte om in het water te gaan staan. Vanaf de loswal kom je makkelijk op het eerste dammetje links. Het water is er helder en niet dieper dan een meter, je loopt er zo op. Vanaf die dam kun je makkelijk in de buitenbak (het diepe meer) vissen. Vlak voor de dam, in het meer, ligt een dieper gat, ook en populaire plek. De dam is kort en een tweede dam ligt er achter. Lange mensen kunnen oversteken, maar het luistert nauw, als het water iets hoger staat loopt je waadpak vol. Af te raden dus. Wil je per se op die dam vissen, dan kun je vanaf het strand oversteken, er staat bordjes op de dam die een veilige route aangeven.
De meest belopen dam is die rechts van de loswal. Ook daar kun je moeiteloos opkomen maar kijk even goed naar de route. Er ligt een keienspoor links van de kop van de dam naar de rietoever, ga je bij het oplopen teveel naar rechts, dan stap je weer in een diep gat. De eerste keer is een waadstok of iemand die de weg kent aan te bevelen. Helemaal aan het einde van die dam staat een paal, daar kun je er weer af, de binnenbak in. Ook hier geldt dat het een smal pad onder water is, voorzichtig dus. Vanaf die dam kun je moeiteloos in de buitenbak vissen, over grote afstand. En dat is prettig, je moet de vis vaak zoeken. Behalve het vissen in de buitenbak zijn de gaten tussen de dammen ook populaire plekken. En staat wat meer stroming dan normaal en vis die van binnen naar buiten trekt komt door de nauwe opening. Vooral tegen de avond heb je kans op die trek, als forel in de binnenbak gaat azen.
Natuurlijk kun je ook vlak naast de loswal vissen. Er staat een bord met aanduiding dat je links daarvan niet mag vissen. Dat is vanwege de duikers die aan de loswal het water ingaan. Rechts van het bord heb je voldoende ruimte om het diepe in te vissen, je kunt ver genoeg waden om een backcast te maken zonder in het riet vast te zitten.

Vis
Er worden jaarlijks 6000 regenboogforellen van ongeveer 350 gram uitgezet en een enkele maal ook bruine forellen. Sinds 2009 zwemt er ook een fors aantal seiblingen (kruising tussen bruineforel en beekridder) in het meer. Vliegvissers krijgen hier de kans om een grote sterke regenboogforel te haken die vergeleken wordt met de wilde steelheads uit Noord-Amerika. Maar als er in de warmere maanden met een nimfje of klein streamertje gevist wordt dan is de kans van een haring aan je vlieg zeker niet uitgesloten.
De haringen in het meer zijn afstammelingen van een school die in 1966 werd ingesloten. Zij komen, als het warm is, massaal naar de oppervlakte. Er is op dit moment  (2014) sprake van om zalmen uit te zetten.

Met verschillende bekende tactieken zijn de forellen te vangen, per seizoensperiode is de gebezigde tactiek wel anders. In de winterperiode kan het beste langzaam met een intermediate of snelzinkende lijn worden gevist. De favoriete vlieg is hierbij de booby, streamertje of (drijvend) zalmeitje. In de winter en het voorjaar wordt steeds vaker met een nimfje gevist, met name in de wat ondiepere delen, het gebruik van een beetindicator is hierbij aan te bevelen. De favoriete vlieg is een goudkopnimf of wat ondieper een zoutwaterpissebed-imitatie. In de periode van begin april tot mei, wanneer de bibio’s (meidoornvlieg) massaal uitkomen dan is het tijd voor de droge vlieg, de forellen zijn dan vooral in de ondiepe delen goed te vangen. Als je meer informatie over vliegen nimfen, streamers enz.  zoekt, raadpleeg dan internet, bijvoorbeeld Fly-Fever, daar staan veel bruikbare tips.

Hoe kom je er
Vanuit Rotterdam de A15 volgen tot Rozenburg, hier gaat de A15 over in de N15. Deze volgen tot afslag Oostvoorne/Rockanje, hier links en eerste rechts om de secondaire weg van de Noordoever op te rijden of hier Oostvoorne aanhouden om de zuidoever te gaan bevissen. Voor de Loswal helemaal doorrijden tot de slagboom aan het eind van de secundaire weg.

Review Maassluis

Onverwacht winter vliegviswater binnen zeer bebouwde kom.

De titel geeft het al aan, vliegvissen in Maassluis, heeft een iets andere dimensie dan gewoonlijk. Je staat midden in het oude winkelhart van Maassluis met je hengel te zwaaien. Normaal zou je voor gek versleten worden als je in zo’n omgeving je visdag zou doorbrengen, maar Maassluis heeft iets dat het toch de moeite waard maakt. Namelijk veel en relatief grote wintervoorn.
Het is aan te bevelen om in Maassluis de auto te parkeren aan aan de PC Hooftkade, rechts voor de brug over de Zuidvliet. Daar is een ruime parkeerplaats, waar je de hele dag gratis kunt staan. Dat is ook voor veel vliegvissers het startpunt .
Vanaf de parkeerplaats loop je tegen de Zuidvliet aan, je kunt naar rechts lopen,  of je gaat naar links. Die kant loopt na een paar honderd meter dood. Ga je de brug bij dee parkeerplaats over dan kom je na tweehonderd meter aan de Noordvliet. Sla je rechts af dan tref je wat breder water waar  een aantal bootjes afgemeerd ligt. Sla je links af blijf dan aan de zuidzijde, daar zijn geen winkels en kun je goed werpen.  Loop je de zuidzijde verder af, dan passeer je een ophaalbrug en daar  ligt “de kom” waar een zijsloot in uitkomt.  Die kom is een redelijk goede plek, omdat het daar meestal licht stroomt en je nimf mooi meedrift. Het slootje , langs de Goudsteen,  is ook redelijk bevisbaar, ongeveer 60 cm diep en smal, maar er zitten soms verrassende voorns.
Zowel de Noordvliet als de Zuidvliet lopen, vanaf het centrum gezien, door tot de A-20. Afhankelijk van het herfst/ winterseizoen is het hele stuk de moeite waard. Maar… zoals gezegd is het een typische winterstek, het moet echt koud zijn wil je er vangen, met andere woorden, de voorn moet uit de polders naar binnen zijn getrokken. Ben je te vroeg, zoals begin november dit jaar (2013), waarin de temperatuur nog rond de 15 graden is, dan moet je het hebben van toevalstreffers en vang je nog maar weinig.
Zowel de Noordvliet als de Zuidvliet zijn diep. In de zomer bedekt met waterlelies en die moeten dus afgestorven zijn, ook een reden om echt tot de winter te wachten, zo niet dan zit je om de haverklap vast aan resten van planten. De diepte  van de Noordvliet en de Zuidvliet ligt rond de 2 meter tot 2,20. Je hebt dus een tip nodig van minstens 2,50. Het beste is om je tip rechtstreeks aan de vliegenlijn te binden, dus ook niet nog eens een leader. Wil je toch iets van een verloop van dikte hebben, knoop dan zelf een meter 16/100 voor je tippet. De tip kun je varieren van 10/100 tot 12/100, dikker is echt niet nodig.
Mijn ervaring is dat je je nimfen wel moet binden met een tungstenkop, anders duurt het afzinken te lang, maar hou het zeker in het begin klein. Grote nimfen vangen ook wel maar de wintervoorn lijkt verzot op kleine nimfen. Je kunt van alles proberen, pheasanttail, redtag, yellowtag, het is een zaak om uit te proberen wat vangt op de dag dat jij er vist.
De lange tip betekent dat je vrijwel uitsluitend over de bodem vist en haal in de regel langzaam binnen, achtjes draaien werkt goed. Als de vis niet erg actief bijt kan af en toe een rukje wel helpen, maar vooral niet te snel strippen.  En ook hierbij geldt, experimenteer met de manier van strippen.
maassluis winter 2013 034Op dit water is een beetverklikker aan te raden, alleen zeer ervaren vliegvissers vissen op het gevoel, maar dat is een stuk moeilijker dan registeren of je verklikker beweegt. Een klein verklikkertje  of een klontje Putty is voldoende want de aanbeten zijn soms heel voorzichtig, je ziet dan niet meer dan een lichte trilling van je verklikker of hij staat een fractie van een seconde stil. Dat is het moment om aan te slaan, niet te wild, zeker niet je hengel optillen maar een flinke “haal” aan je lijn is voldoende om de haak te zetten. Je vist immers met een lichte tip en wintervoorn kan zwaar zijn. Als je de vis hebt gehaakt kun je hem voorzichtig binnen drillen. Een schepnet is geen overbodige luxe  want je staat op de kademuur en tillen van een voorn van 25 cm aan 12/100 lukt meestal niet.
Nog even wat praktische informatie: je loopt in het centrum van Maassluis en ook hier geldt meer dan anders dat je veel mensen achter je langs hebt. Voorzichtig dus. Maar het is ook hinderlijk als je bij je back-cast steeds met je tungstennimf tegen de ruiten van de huizen aan tikt, leer je aan om in diagonaal  te werpen.
Tussen de Noorvliet en de Zuidvliet ligt de markt met een aantal cafes, daar ben je welkom om een kop koffie te drinken en kun je gelijk naar de wc. Mijn ervaring is dat je je hengel in de hal kunt neerzetten.
Veel voorn trekt roofvissen aan, vooral snoek, je zult regelmatig meemaken dat je een enorme klap naast je ziet en hoort. Durf je het aan dan kun je er ook eens een snoekstreamer aanbinden. Maar omdat het werpen met een streamer met extra grote haken extra riskant is, wees er voorzichtig mee naar het winkelende publiek.

Review Zoeterwoude

Zoeterwoude Dorp, ook weer zo’n aparte winterstek.

Zoeterwoude is een dorp dat even boven Zoetermeer ligt. Vanuit den Haag rij je over de A4 en neem je de afslag Zoeterwoude. Bij het stoplicht  aan het eind van de afrit, ga je rechtsaf en na 200 meter sla je links af  het dorp in en je rijdt rechtdoor tot een T- splitsing. Daar ligt het water al, je rijdt er overheen.  Je kunt naar links en je auto parkeren, je kunt dan direct in de brede vaart je hengel ingooien.  Als je daarna richting dorpscentrum loopt kom je uiteindelijk bij Het Watertje.

Je kunt op de T-Splitsing ook rechtsaf gaan en dan richting centrum rijden. Vlak voor Het Watertje ligt een parkeerplaats waar je je auto kwijt kunt. Vanaf die plek kun je Het Watertje afvissen.

Je moet de stekken in Zoeterwoude een beetje leren kennen. De diepte van het water is nogal uiteenlopend. Bij de parkeerplaats aan het begin van Het Watertje gaat de brede vaart onder de weg door. Daar ligt een brede kom, waar de diepte ongeveer 1,5 meter is. Een hele goede stek, maar vervelend om te  staan als het druk is met verkeer, vooral fietsers. Loop je Het Watertje af, dan kom je langs versmallingen in het water met kademuurtjes aan beide oevers. Doordat het daar smaller is, is het ook weer wat dieper. Stekken voor de grotere voorn, zo is de ervaring.
Merkwaardig genoeg doet de wintervoorn het ook op de iets ondiepere stukken van Het Watertje het goed. Op sommige plekken is het niet dieper dan 60 cm. Je bent continue je beetverklikker aan het verschuiven.  Zoeterwoude is ook in de herfst een leuke stek, dan heb je kans om veel baars(jes) te vangen.  Een dag waarop een van mijn vismaten meer dan 40 baarsjes haakte was geen uitzondering. In het voorjaar groeien de waterplanten er snel en kun je er al bijna niet meer vissen.
Er staat altijd een beetje stroming in het water, het aardige daarvan is, dat je je lijn gewoon kunt laten driften. Ook hier zijn de aanbeten weer nauwelijks zichtbaar, een lichte trilling van je beetverklikker is vaak het enige dat je ziet. Licht vissen is een aanrader. Qua soorten nimfen kun je het gebruikelijke repertoire uitproberen, maar mijn indruk is dat een nimf met wat kleur erin het net iets beter doet. Omdat het relatief ondiep is kun je met kleine en wat lichtere nimfen goed vissen. Dat betekent dat je ook met een minimale beetverklikker uit de voeten kunt.
Die grote aantallen geldt ook voor voorn. Het zijn over het algemeen geen grote vissen die je vangt, maar op een goede dag wel veel.  Maar, de omstandigheden wisselen er sterk. Het Watertje en de brede vaart waarop het uitmondt, vormen onderdeel van het afwateringsysteem van de polder. Als bij hoog water in de polder,  de sluizen in Katwijk open gaan, staat er een felle stroming en kan het water gewoon modderig zijn.  Na dagen van hevige regen moet je dus niet in Zoeterwoude zijn. Dan vang je weinig.
Bij de ervaren Zoeterwoude-gangers is de bakker een begrip, je kunt je er even opwarmen bij een kop koffie.  En, aan de foto’s is het goed te zien, net als in Maassluis sta je weer midden in de bebouwde kom, veel fietsers en wandelaars achter je. Maar de ervaring is dat de omwonenden er over het algemeen geen probleem van maken als je daar vist. Tenminste, zolang je niet over hun bruggetjes op hun erven komt, dat wordt niet gewaardeerd, ook niet als je lijn in hun tuin is komen vast te zitten.
Vanuit Zoeterwoude kun je het watertje afrijden en doorrijden naar Zuidbuurt, een stek die ook de moeite waard is. Je kunt daar bij de kerk parkeren.
Tot slot is het vermelden waard dat ook hier de snoek de voorn volgt. Niet zo spectaculair als in Maassluis, maar regelmatig wordt je verrast door kolken in het water..