Wintervoorn Bunschoten-Spakenburg 2015

Zondag 18 januari 2015 was de dag waarop we onze alternatieve wintervoorndag hadden georganiseerd. Alternatief in die zin, dat we niet langer als vliegvissers welkom zijn in Hoorn, waar we altijd goed vingen in de winter. Ook daar wil men geen vliegende lijnen meer over de openbare weg zien, jammer maar te begrijpen. Een aantal leden, Marius en Mark en Ton, Leen en Chris waren al eens gaan voorvissen in Bunschoten-Spakenburg, en kwamen redelijk enthousiast terug. Geen al te grote vangsten qua aantal, maar wel een goede visplek: veel lengte aan kades en mooi diep water. Dus: grote voorns.

Het was de 18e januari redelijk slecht weer, voorspelling regen, hagel en sneeuw. Toch waren Leen, Ton, Marc, Frans, Eduard, Gert, Hugo, Charles en ik er die ochtend al vroeg aanwezig. Om 9.30 uur gingen de eerste vliegen in de oude haven te water en werden de eerste voorns gevangen. Ton, Leen en ik liepen verder door richting het Nijkerkernauw , het grote open water. We hadden daar bij het voorvissen goed gevangen, maar nu lukte het niet, alleen veel kleine, en dan echt kleine, baars.

Nu wil het toeval dat er op de plek waar wij stonden te vissen een soort hangplek voor Spakenburgse mannen met honden is. Veel mannen laten in Bunschoten- Spakenburg hun hond uit rond 11 uur (na de kerk) en komen dan even ouwehoeren  ( ik kan het niet anders noemen, ik herkende dat roepen van onzin naar elkaar) voordat ze weer terugkeren naar de zondagsrust van huis. En omdat ze om een praatje verlegen zitten spreken ze de vliegvissers aan. ‘t Is tenslotte een vissersdorp waar ze niet flauw doen over een visje dat aan een haakje hangt.

Ton en ik kregen een goede tip van een lokale visser (elke dag achter de hengel, maar niet op zondag) “We moesten het eens proberen in de nieuwe haven, die pas een paar jaar geleden is uitgegraven. Daar worden grote dikke voorns gevangen”, zo vertelde hij. Ton, Leen en ik er naar toe: inderdaad een nieuwe haven met een prachtige steiger op een meter boven waterniveau. Maar overal bordjes met verboden toegang. “Daar moet je je niks van antrekke” had de doordeweekse visser uit Spakenburg ons al gezegd, “d’r is toch geen mens, gewoon die steigers opgaan”
En ja, we hebben daar goed gevist. We hadden met de anderen om 13.00 uur afgesproken bij de auto’s om te lunchen en hebben hen toen ook ingeseind . Frans, Eduard en Marc hebben daar toen ook de middag doorgebracht en een behoorlijk aantal mooie voorns gevangen.

Het werd nog boeiender toen we zagen dat twee lokale vissers de kant van de haven gingen bevissen met vliegenhengels tegenover de steigers, de andere oever, zogezegd. Hun hengels stonden bij elke worp krom, die mannen vingen echt grote voorns. Wij visten tussen de aangemeerde boten en pakten voorns van 15 tot 25 cm. Die twee aan de overkant vingen duidelijk grotere voorns. Een van hen wilde ons wel uitleggen waarom: zij visten zwaar op de bodem met zwarte nimfen met zilveren striping.

Toen zij weg waren hebben wij daar ook nog even gevist, het leverde Leen een doublet voorn op.
Het begon rond 15 uur te hagelen en dat ging over in natte sneeuw. Toch bleven Leen, Ton en ik tot ruim over vieren, we bleven vangen.
Een koude, maar zeer visrijke dag.

Zeeforel aan de kust van Funen 2014

Van zaterdag 27 september 2014 tot zaterdag 4 oktober 2014 vertrokken Jan Ockhorst, Marius en Leo van Kampen, Job Brons, Leen Lock, Paul Hogervorst en ik weer naar Assens op Funen. Vertrek als gebruikelijk om 06.00 uur vanaf het Shell station aan de A12 bij Gouda. Met de rit van vorig jaar nog goed in het geheugen rekenden we op vertragingen bij Bremen en Hamburg. Maar het viel allemaal mee en we reden al eind van de middag bij Sandager Naes de oprit van ons vakantiehuis op. Het vissen kon beginnen.

We startten – inmiddels traditie- zaterdagavond met een lange wandeling naar de visstek bij Toro Huse. Waar in het algemeen wel vis te vangen is. Job opende zijn eerste trip naar Denemarken met de vangst van twee mooie forellen. Voor hem zat de stemming er al gelijk in. Ikzelf ging ‘s-avonds met een blank terug, maar dat overkwam ook anderen. Wat dat betreft gaf Funen een signaal af: het wordt deze week moeilijk. Wat we op dat moment nog niet wisten, we hoorden het later van een paar Denen, die ook weinig vingen, was het feit dat het water nog aan de warme kant was ons parten zou spelen. Wel doorzagen we al snel dat we op zoek zouden moeten naar forel en daarom besloten we om dit jaar eens wat nieuwe stekken te proberen.
Zondag startten we in Helnaes binnen. Volledige windstilte met vette nevel over het water, wat wel een spectaculair beeld gaf, maar voor de meesten van ons geen vis opleverde. We besloten om vroeg naar het huisje te gaan en dan onze warme maaltijd te nuttigen. Rond 4 uur konden we dan naar “de Suikerfabriek” bij Assens. Het kwam er op neer op de plekken te vinden waar de weinige vis wel rondzwom. We gingen vangen en Paul ontdekte het fenomeen dat mij later ook overkwam: hij haakte een grote forel, zo een die onmiddellijk de diepte opzoekt en je hengel (een zeven) tot aan het handvat krom trekt. We waren er getuige van dat hij de vis minuten lang perfect drilde, toen rustig naar het strand liep om de vis te landen en op het laatste moment de vis verspeelde. We hadden kunnen schatten dat het een forel van minstens 60 cm was geweest. Wat een pech dat je die dan niet even in je handen hebt kunnen houden. Maar al met al werd het toch nog een hotspot waar we nog een aantal behoorlijke forellen vingen. Die gingen mee en werden door Paul gefileerd en gebakken.
We besloten om het eens in het oosten van Funen te proberen: Tarup strand. Ook daar geen grote vangsten zodat we doorreden naar Elshoved. Schitterende stekken, goed te waden en alweer een kalme zee. Er deed zich iets merkwaardige voor toen Jan op een geven moment op zijn stek stopte en ik het daar overnam. Ik trof een school forel en haakte binnen een half uur vier vissen, waarvan er een de moeite was om in de pan te eindigen. Kennelijk de juiste tijd om op die plek te staan, geen minuut te vroeg en na een half uur was het over.
De vraag of de keuze van de vlieg invloed had, werd bevestigd toen ik een vlieg gebruikte die we in de winkel van Go-fishing in Odense hadden gekregen. We waren daar omdat ik een nieuw waadpak moest kopen en samen met Paul en Job waanden we ons in Luilekkerland, wat een enorm aanbod van vliegvisartikelen, we hadden alle drie een tas vol spullen toen we de winkel verlieten. Behalve dat we – volgens de verkoper-een perfect vangende vlieg meekregen, gaf hij ons ook het advies om met drijvende lijnen en relatief kleine vliegen te vissen. Nu het zo moeizaam ging, was dat volgens hem de methode om toch nog te vangen. Bij Tarup leverde de “wonder vlieg” – een kleine roze garnaal met grijze Speyhackle mij vis op. Helaas brak de punt af toen ik bij m’n backcast een steen raakte (beter concentreren tijdens het werpen dus) en was het voorbij. Het advies om kleinere vliegen langzaam door het water te strippen, werkte bij mij uiteindelijk ook.
In het kader van onze zoektocht waar de vis dan wel zat, reisden we af naar het noorden: we begonnen in Lango. Ook hier werd slechts een enkele vis gevangen en we besloten om de baai om te rijden naar Fyns Hoved. Het was inmiddels schitterend weer geworden, de zon scheen volop maar dat prikkelde de forel toch niet echt om onze vliegen te pakken. De vissen die we vingen waren meer toevalstreffers. We kwamen tot die conclusie omdat we regelmatig op grote afstand, buiten ons werpbereik, wel vis zagen draaien, ze waren er dus wel, maar ook hier niet onder de kant.
Het eind van onze visweek kwam in zicht en we besloten om het nog maar eens dichter bij huis te proberen, bij de Suikerfabriek. Daar had Job z’n perfecte afsluiting van de week met vier forellen binnen een half uur. En toen was het weer voorbij net als vorige keren, de school vis was niet meer te vinden. De vrijdagavond sloten we af op Toro Huse waar ik tenslotte nog twee vissen ving.
Kijken we terug op een slechte week? Zeker niet, hoewel we minder hebben gevangen dan vorig jaar. Maar we hebben op prachtige nieuwe stekken gevist en kennen die nu voor een volgende keer. We hebben uitgebreid gediscussieerd over de juiste tijd om te gaan vissen. Nu stonden we om 6 uur op en stonden we om 9 uur aan het water. Lokale vissers adviseerden ons om voortaan voor zonsopgang te beginnen en aan het eind van de dag te vissen. Maar ja, dan moet je wel om 4 uur opstaan en een heel andere dagindeling toepassen.
De week draait weliswaar om vissen op forel, maar een week samen met een groep vismaten is minstens zo inspirerend en vooral gezellig. Als gebruikelijk had Paul de catering weer perfect geregeld, we zijn niks te kort gekomen. Het delen van ervaringen en uitwisselen van tips maakt zo’n week de moeite waard.
Ik hoop er een volgende keer weer bij te kunnen zijn, als je Funen geproefd hebt, wil je meer.

Een dagje belly-boaten op de Zoetermeerse Plas

We hadden veel enthousiaste verhalen gehoord, ook van onze eigen leden, over het vliegvissen in de Zoetermeerse Plas, ook bekend als de Noord-Aa plas. Een grote diepe plas, ooit uitgegraven om zand te winnen om Zoetermeer op te bouwen. Een aantal van onze leden vist daar regelmatig en rapporteerde goede vangsten; zowel vanaf de kant maar ook uit de Bellyboat.

Op 31 augustus 2014 traden we er met een tiental leden aan. We hadden ons nog eens door Weight Forward, onze Zoetermeerse collega’s, laten voorlichten dat we het beste de avond in konden vissen. Wij wilden er een dagje van maken en begonnen om 14.00 uur. Marius, Frans, Eduard, Ton, Leen, Twan en Gert en Hanafi in de Bellyboat. Job, Ben B en ikzelf kozen voor het wadend vissen en de rest.
Het weer was perfect, af en toe zon, regelmatig bewolking en slechts een enkel buitje. De laatste visberichten dateerden van voor de zomervakantie. Er werden toen grote voorns gevangen vanuit de Bellyboat, baarzen langs de kanten en in de avondschemer brasems op het strand.
Vandaag viel het echter tegen. In de middag vingen de belly-boaters nog wel enkele vissen, echter vooral baars(jes). De grote voorn bleek sporadische bijvangst te zijn. Vanaf de kant viel het ook niet mee. Het ondiepe deel tussen het strand en het eiland aan de noordkant leverde Ben B. een enkele mooie brasem op, het diepe deel helemaal geen vis. Het werd wandelen en zoeken naar stekken waar we wel vis konden verwachten. Voorbij het restaurant Aa-zicht, bij de parkeerplaats troffen we een stek vol met baars. Nog nooit zo klein gevangen op een redelijke nimf.
We besloten om toch de avond uit te vissen. Nieuwe tactieken en weer nieuwe stekken. Het leverde helemaal niets op. Ton en Leen besloten om de “lange kant”de oever langs de Aziëweg, af te lopen in de hoop daar grotere baarzen te vinden. Het werd niks.
In de loop van de avond werden we vergezeld door Gert-Jan en Mark, van Weight Forward. Ook zij visten zonder resultaat en wisten ons geen adviezen te geven die tot betere vangsten zouden leiden.
Redelijk verbaasd over zo weinig vangst sloten we de avond af. We konden geen enkele reden bedenken waarom het ons in dit visrijke water niet was gelukt om lekker te vangen. We kunnen slechts vooruit kijken en hopen dat het een volgende keer beter gaat.
En tot slot, na drie foto’s was de batterij van m’n camera leeg, ook dat nog……

De grote rivier op

In het kader van ons zomerprogramma, belandden we dit keer aan de Boven-Merwede bij Woudrichem. Vreemd genoeg was van onze oorspronkelijke groep van 15 man, op ondergetekende na, niemand met ervaring op de grote rivier.

Dat is wel jammer want het is op groot water hetzelfde als in polderwater, je moet er wat tijd insteken, om er achter te komen waar de vis is, welke vlieg te gebruiken en hoe presenteer ik deze. Dus deze dag misten we de ervaring. Maar vis er is wel op het droge gekomen.

Na een uitstel van 2 weken door het “prachtige” zomerweer stonden we op 31 juli eindelijk aan de Merwede met 10 man. Het weer trotserend waren ons 2 weken eerder 5 man voorgegaan. Daarvan wisten we dat we kribben met riet moesten zoeken en chartreuse vliegen moesten gebruiken. Deze 5 verkenners hadden allemaal vis gevangen, maar het meeste was klein op een paar maatse voorns, roofblei en winde na.

Daar sta je dan aan het grote water… waar te beginnen? Oké, naar de kribben vissen, af laten zinken en redelijk snel binnenstrippen, weer laten afzinken… Achter mij bij het strand zie ik steeds kleine kringen, waarschijnlijk van kleine roofblei waar het hier van wemelt. Als er een grote duwboot voorbij komt bereiken de golven het strand en hé een grotere kring tussen de kleine vissen. Mmmm zou het dan toch waar zijn dat roofblei jaagt op visjes die in problemen komen door boten…. Even de volgende boot afwachten, ja daar een plons tussen de visjes, aanwerpen, meteen strippen, beng. Nou die theorie klopt dus een roofblei van pak hem beet 30 cm, een meter uit de kant gevangen en dat na 10 minuten, het kan slechter. Ik vang hierna nog een aantal roofbleitjes en een serpeling maar allemaal mini uitvoeringen. Die serpeling is wel bijzonder, ik had deze nog nooit in Nederland gevangen en later op het internet kijkend blijkt dat op de plek waar wij gevist hebben de meest westelijke populatie zit.

Na een uurtje ga ik wat aan de wandel om de resultaten van de anderen te bekijken. Die is niet om over naar huis te schrijven, wat kleine roofblei, een goede baars en 3 blankvoorns. Wat me vooral opvalt is dat mensen elkaar opzoeken zelfs op zo’n groot water. Ze staan in groepjes bij elkaar en blijven ook staan ook al wordt er niets af nauwelijks gevangen. Het nadeel hiervan is dat wanneer er op een plek geen vis zit ook niemand wat vangt terwijl je eigenlijk zou moeten zoeken en wanneer je een goede stek heb gevonden de andere er eventueel bij haalt. Haast niemand heeft er ook de chartreuse nimf aan terwijl dat door onze verkenners was aangeraden, ik had al mijn vis op die nimf.

Ik ben niet mijn broeders hoeder dus struin ik verder van kribbe naar kribbe en van strand naar strand… kilometers. Blijf vangen maar klein, wel nog een nieuwe soort op mijn lijstje, een echte lelijkerd, een rivierdonderpad. Deze ochtend had ik ook mijn jaarlijkse duikpartij. Ik liep zeer fanatiek over een ondergelopen dam die plotseling ophield maar de stap was al gezet dus plons. Maar ik was het noodlot voor, mijn mobiel zat in een waterdichte zak. Denk nou niet wat slim van die René, dit doe ik pas na 2 verzopen mobiels en 2 digitale camera’s.

Tussen de middag komen we even bij elkaar om de resultaten te bespreken, die te wensen over laten ook al heeft iedereen een visje. Na de lunch besluiten Harrie en ik om niet meer naar de Boven-Merwede te gaan, omdat de vangsten tegenvallen, maar om de afgedamde Maas en ander water van onze vergunning (6 euro een jaarvergunning!!) te verkennen.

Dat werd dus een heel lange wandeling, kilometers om het prachtige dorp Woudrichem, zeer de moeite waard. Maar wat mooier was, we vingen vis. Ja het waren weer kleine roofbleitjes maar ik had ook een doublet (ja ik blijf een stroper) maatse winde, mooie ruisvoorn in een zijkreek en een wat grotere roofblei verspeelt die mijn kleine gehaakte roofblei aanviel. Aan het einde van de middag werd ik gebeld door Nico die naar huis moest voor zijn medicijnen, so let’s call it a day. De vangsten van de andere waren …… nul! Na de middagpauze waren de vangsten helemaal weggevallen. We kunnen ze natuurlijk op de kast krijgen door te zeggen dat het slechte vissers zijn maar ik moet zeggen dat er een andere reden was die ik meteen al zag toen we ‘s-ochtends bij het strand aankwamen. De rivier stroomde nauwelijks. Ik had al een praatje gehouden over de veiligheid vanwege de stroming maar de Merwede leek wel een sloot waar een beetje trek in stond. Het had dus ook geen zin om met een streamer en een zinklijn op een kribkop te gaan staan. Ik las een paar dagen later een artikel van Erik de Noorman die op dezelfde dag naar de Lek ging en hij is meteen omgekeerd toen hij zag dat de rivier stilstond. Dus geen stroming geen vis.

Maar iedereen van ons groepje heeft nu wat ervaring en we gaan zeker terug omdat het een mooie stek is. Volgende keer wat meer stroming en wat meer vis.
Tight Lines,
Rene Wetters

Visweek Birresborn 2014 – redelijk visrijk en heel gezellig

Van 24 tot en met 30 mei 2014 hebben we met z’n elven gevist in de Kyll (Vulkaneifel, Duitsland) ter hoogte van Birresborn. Een groep vliegvissers, dit jaar bestaande uit Gert van ‘t Riet, Tim de Vries, Leen Lock, Fred de Groot, Marius van Kampen,Twan Wouters, Hanafi Saleh, Ben Beusker, Marc Vliege, Hans Bollebakker en ik, was daar nu voor de derde keer in Vakantie huis Jana, dat onderdeel uitmaakt van Hotel zur Krone.

Het is een voortreffelijk arrangement voor een grote groep, alles onder een dak en vanuit het hotel prima verzorgd: elke ochtend werd rond half acht het ontbijt bezorgd, met extra broodjes om een lunchpakket mee te nemen naar het viswater.
En zo begon elke dag, met z’n allen stipt om 8 uur ontbijten, de vaatwasser inruimen en wegwezen, naar de rivier. De vergunning kochten we bij aankomst in het hotel. Voorwaarde om in de Kyll te vissen is tenminste een of twee dagen overnachten in de buurt en je moet de Duitse staatsvergunning tonen. Ik heb een vergunning voor 5 jaren gekocht voor 41 euro in totaal, aan te vragen bij het gemeentehuis in Gerolstein. Dat gaat simpel via internet. Het is ook mogelijk een jaarvergunning te kopen, maar dan moet je dat elk jaar weer opnieuw regelen.
Zur Krone beschikt over drie stukken water (strecken) van in totaal ongeveer 2 kilometer. De strecken liggen aaneengesloten maar er zijn drie plekken waar je kunt beginnen: Meest stroomopwaarts het deel dat wij “de spoorbrug” noemen, er is een parkeerplaats van waar uit je het water kunt bereiken, dan in het midden een gedeelte langs een grote weide, wij noemen dat “de ouwe lullen wei” omdat je daar ongehinderd door bomen en struiken kunt werpen, en dan het laatste deel meest stroomafwaarts, de zgn. Tankstelle, waar je echt het water in moet omdat beide oevers begroeid zijn. De drie strecken zijn gevarieerd, je kunt er in diepe gedeelten vissen met traag stromend water, maar er zijn ook behoorlijke stroomversnellingen. Kortom, voor iedereen een uitdaging, voor zowel liefhebbers van droge vliegen, nimfen en zelfs voor vissers met de Tenkara hengel. Dat laatste hebben Tim en ik uitgeprobeerd en het leverde een paar mooie forellen op.
De vangsten vielen over het geheel enigszins tegen. De echte volhouders die veel visuren maakten en vooral veel meters is het water maakten (het was echt zoeken waar de vis zat) hadden redelijke aantallen vis.

Marius scoorde in totaal ongeveer 80 forellen en kwam daarmee boven het gemiddelde uit. Omdat het de derde keer was, dat we met een groep daar visten, werd er vergeleken met de vorige jaren. Het eerste jaar, 2012, sprongen de forellen als het ware vanzelf aan je haak, dagen van 25 of 40 vissen waren normaal. Vorig jaar hadden we te maken met hoge waterstand en modderig water, weinig gevangen dus. Nu was de waterstand perfect en het water was helder. Een tweede aspect was het effect van het warme voorjaar. Gezegd werd dat de meeste insecten al uitgekomen waren, weken vroeger dan normaal. We waren in feite te laat voor de hatches die we in 2012 mee maakten.
Een van de problemen waarmee we te maken hadden was de overvloedige begroeiing in het water; enorme plakkaten waterplanten maakten het op sommige plekken heel moeilijk om te vissen, dat was echt voor de zeer ervaren werpers.

Tussen de stroken planten lagen vissen, dat was te zien en te horen als ze insecten van het water pakten, maar de vlieg er laten landen en hem daar even te houden was niet eenvoudig. Fred struinde de rivier af op zoek naar geschikte plekken en vond een plek van een meter of twintig waar de begroeiing wat minder was. Er was nog nauwelijks gevist en hij pakte dar in een half uur 7 mooie forellen. Voor alle vangsten gold overigens dat de maten van de vissen erg uiteen liepen. Of het waren vissen van rond de 15 cm, of het waren gelijk 25+ vissen.
Onze Rookie, Hans, die nog geen ervaring had op snel stromend water had wel een heel bijzonder begin van zijn visweek. Op de eerste dag ging hij onder leiding van Marius naar het stuk stroomopwaarts, bij de spoorbrug, en kreeg instructie hoe te vissen met de nimf. Na een korte uitleg en demonstratie van Marius wierp hij zin nimf keurig stroomafwaarts, had een aanbeet en hij landde een forel van 55 cm. Dat record is deze week niet overtroffen. Later in de week landde hij nog een keer een vis van meer dan 35 cm. Wat een kennismaking met vissen op snel stromend water.
Zoals ik al aan gaf vertrokken we vroeg in de ochtend naar het water. Niet vroeg genoeg naar de zin van Hans en Twan, want die besloten om het ook eens voor het ontbijt te proberen. Ze visten van half zes tot 8 uur, maar het leverde helaas geen spectaculaire vangsten op.

Het vissen in de avond stond onder tijdsdruk omdat we om 5 uur ‘s-middags verzamelden om te gaan eten. Onderdeel van de verblijfsformule was ook nu weer dat we ‘s-avonds niet zelf koken, maar een van de restaurants in het dorp of omgeving bezochten. We hebben inmiddels een voorkeur voor de Gasthof in het dorp waar je voor een goeie prijs heerlijke schnitzels kunt eten. Op de tweede plaats staat de Thai in Gerolstein, goeie hap, snelle bediening en goeie prijs. En wie daar geen zin in had kon in Hotel zur Krone eten, daghap of a la carte.
Donderdag was Hemelvaartsdag, alles gesloten, en daarom besloten we die dag te barbecueën. Samen met Twan deed ik de inkopen en we besloten met z’n allen om een experiment te houden: tussen de middag warm eten en daarna doorvissen tot donker.

De barbecue was overdadig en duurde tot 4 uur, in combinatie met de nodige biertjes en wijn was het gevolg dat bij deze en gene de ogen dichtvielen. Maar zo rond een uur of zes werd de draad weer opgepakt en ging vrijwel iedereen de avond in vissen. En dat bleek succesvol: er werd nog flink gevangen.
Omdat we dit jaar voor de derde keer op hetzelfde water visten zijn Marc, Hanafi, Marius en ik een dag in Luxemburg (Heiderscheidergrund) aan de Sure wezen vissen. Op zich redelijk viswater, minder gevarieerd dan de Kyll, vrij van waterplanten, maar helaas niet genoeg ruimte om daar met 10 man of meer te vissen. De bedoeling was om te kijken of Luxemburg een alternatief zou kunnen zijn voor Birresborn, waar sommigen nu drie keer hebben gevist. Ook is de hengeldruk daar vrij hoog, op sommige dagen telden we rond de 20 vliegvissers. We hebben afgesproken dat we de komende maanden onderzoeken of er goede visstekken zijn die aan onze eisen voldoen.
Conclusie? Veel plezier gehad en lekker gevist.

Wintervoorn in Maasluis

Op zondag 14 december 2013 hadden we een clubvisdag in Maassluis gepland om alle theorie weer eens in de praktijk te brengen. Met name omdat we in de bindcursus van Hanafi Saleh een relatief groot aantal nieuwe leden hebben verwelkomd, die nu voor het eerst het vissen op wintervoorn konden meemaken. Eric de Noorman, bij velen welbekend als vliegvisser en auteur, schreef onderstaand artikel over het vissen op wintervoorn. met zijn instemming geven we hier bewerking van zijn verhaal weer. We nemen van hem graag de technische informatie over.

Vele vliegvissers trekken in de wintermaanden naar havens en steden waar de voorn zich verzamelt om te overwinteren. Grote voorns. Soms zelfs wel van 40 centimeter in lengte. Veel voorns ook. Vangsten van tientallen vissen zijn beslist geen uitzondering. Een aantrekkelijke visserij in een vaak pittoreske omgeving van een oude binnenstad of vissersdorp.
Een uitrusting om op wintervoorn te gaan vissen in havens moet wat aanpassingen ondergaan in vergelijk met het ‘gewone’ vliegvissen. De hengel, meest van tijd een #2 of een #3 moet in staat zijn een lange leader in de lucht te houden en toch secuur kunnen werpen vanwege allerlei obstakels. Een wat zwaardere Hengel, een #4 of #5 blijkt in de praktijk ook te kunnen, hoewel je er dan rekening mee moet houden dat je aanslag wat stijver is.

Een schepnet met lange steel is onontbeerlijk om de soms forse vissen te kunnen landen op een manier die visvriendelijk is. Gebruik dat net ook bij het terugzetten van die vis. Een dikke voorn met een plons van de kade gooien is natuurlijk geen goede optie. Bij deze visserij komt geen fabrieksleader in aanmerking. Zeker al geen tapse leader. De bedoeling is dat de nimfjes, daarover later, snel op diepte komen. Een tapse leader zinkt erg slecht af. Neen, er gaat gewoon een flink stuk nylon aan de vliegenlijn. In de regel ongeveer 1,5 maal de diepte van het water. Dit omdat een ingeworpen lijn nooit haaks afzinkt maar onder een hoek. Als je nooit eens vast raakt kun je stellen dat je te ondiep vist. Brengt elke worp vuil mee naar boven dan dien je de onderlijn in te korten. Al naar gelang de hoeveelheid vuil, de grootte van de te verwachten vissen en je eigen voorkeur kies je de dikte uit. In mijn geval is dat 12 of 14/00. l .
Hier is het om te doen. Kogelronde, fraaie en bovenal verassend sterke blankvoorns.

De keuze van de juiste nimfen is ook weer iets heel persoonlijks. Ordinaire redtag nimfen doen het vrijwel altijd goed. Uiteraard van een goudkopje voorzien. Maar ook allerlei kleurige fluornimfjes zijn prima. Verder pheasanttailtjes, princenimfen en vlokreeftachtigen. Zorg in elk geval dat je er voldoende bij je steekt. Het vissen in een haven kost helaas nogal wat nimfjes.

Ook dit soort nimfjes, eenvoudiger kan haast niet, voldoen uitstekend voor de wintervliegvisserij op voorn.

In de regel vis je met twee of drie nimfen. Daarvan is er in elk geval eentje verzwaard. Die monteer je onderaan. Op een zijlijntje, dropper, monteer je dan een tweede of desnoods een derde nimfje dat wat lichter mag zijn. Als je 30-40 cm. Tussen de vliegen houdt kan het niet in de war raken en kun je diverse dieptes afvissen. Zo kun je er snel(ler) achter komen waar de voorn zich ophoudt. Als het echt los gaat is de lol van meerdere nimfen er snel af. Twee of drie grote voorns tegelijkertijd vangen is namelijk helemaal niet leuk. Het landen ervan zelfs een regelrechte crime. In die gevallen volsta ik gewoon met één nimf. En dat gaat prima. Waar je de voorns kan vinden is nooit hetzelfde. Soms midden in een geul, soms vanonder de boten vandaan, dan weer vlak tegen de kanten. Het is dus zaak ze te zoeken. Want, in tegenstelling tot onze collega’s met de vaste stokken, lokken kunnen wij ze niet. Eenmaal een school gevonden dan blijf je vaak lekker doorvangen. Je kunt stellen dat hoe kouder het is, des te minder zo’n school zich zal willen verplaatsen.

Om de aanbeten te kunnen zien zijn er diverse mogelijkheden. Het mooiste is wanneer het water glad is en je aan de onderlijn kunt zien of je een aanbeet hebt. Deze onderlijn bij de bevestiging aan je vliegenlijn even invetten is dan voldoende. Dat kost wat training maar is erg subtiel. In andere gevallen moet er een beetverklikker aan te pas komen. Die zijn er in soorten en maten. Grofweg heb je twee types. Een floating indicator en een strike indicator. De eerste is een soort van dobbertje. Het drijft als een kurkje en blijft dat doen zelfs nadat de nimfen op diepte zijn gekomen. Je lijn ligt dan wel onder een hoek waardoor effectief aanslaan soms lastig is. Als de dobber ondergaat….enfin….dat hoef ik niet uit te leggen. Deze dingetjes zijn dikwijls vrij fors en werpen bepaald niet prettig. Zeker niet bij wat wind en een erg lange leader.
Een strike indicator daarentegen is gewoon een goed zichtbaar stukje foam, balsa, yarn of wat dan ook dat met de lijn mee zinkt. Maar ‘t blijft wel zichtbaar. Het enige dat het doet is een aanbeet registreren. Voordeel van zo’n (veel) kleiner dingetje is dat je lijn zonder hoek binnen te strippen is.
Verder is het zaak je goed te kleden. Het is een behoorlijk passieve bezigheid en je staat vaak uren stil. Thermosondergoed en winddichte kleding zorgen ervoor dat je in elk geval zelf op een aangename temperatuur blijft. Door je handen regelmatig af te drogen zullen deze ook wat kou kunnen weerstaan. Zo’n mini handdoekje dat maar blijft absorberen is ideaal. De haven vliegvisserij op voorn is visserij waarbij publiek te verwachten is. Het is ook daarom goed rekening met die mensen te houden. Ze zijn nieuwsgierig en willen vaak van de hoed en de rand weten. Neem er gewoon wat tijd voor. Het hoort erbij. Net zo als je rommel opruimen en een fatsoenlijke plasplek te zoeken natuurlijk. Als vliegvissers kunnen we zo eenvoudig ons visitekaartje afleveren.

Onze dag in Maassluis leverde wisselend succes op. De een ving die dag rond de 35 voorns, een ander kwam niet verder dan een stuk of 6. Tim, een van de leden die voor het eerst in een stedelijke omgeving viste op wintervoorn, hij heeft vooral ervaring op stromend water, ving al binnen 10 minuten z’n eerste vis en bleek tegen het eind van de middag helemaal “om” te zijn. Een dikke voorn op 12/100 is niet zomaar binnen gehaald. Dat is wel spannend.
We troffen het qua gezelligheid, er was die zondag ook Kerstmarkt. We stonden tussen de kerstmuziek, de geur van glühwein en oliebollen. Even pauzeren was dus helemaal geen straf.

Met dank aan Eric de Noorman, (www.ericdenoorman.com)

De Eemhof, December 2013

Ondanks berichten dat de Eemhof te koop staat en zelfs geruchten over faillissement rond gaan, is de Eemhof nog steeds “alive and kicking”.

Beide kanten heb ik vandaag meegemaakt tijdens de jaarlijkse najaarstrip van de ‘s-Gravenhaagse Vliegvissers. Ik was een van de dertien vissers die ruim voor de openingstijd, om 9 uur, klaar stonden om de ene forel na de andere uit de vijvers te slepen. Met acht man vanaf de kant, de andere vijf gingen er helemaal voor in hun Bellyboat. Zij hadden besloten om in elk geval voor de lunch de kou te trotseren.

Hoewel ik me realiseerde dat ik zwaar “overdressed” was met m’n 7-hengel met de 6 lijn die ik in Denemarken had gebruikt voor zeeforel, bleek die keuze toch niet zo heel slecht. De hengel zette de nimfen prachtig weg, en toen Ben B. als eerste een forel landde, bleek dat we met ongebruikelijk grote forellen in de kleine vijver te maken hadden. Ze zaten zowel op de bodem als hoog, want we zagen de ene kolk na de andere, om gek van te worden. Want al snel bleek dat vandaag vangen niet makkelijk was. De kantvissers begonnen allen met nimfen en zoals het altijd gaat als we met een groep op pad zijn en iemand als eerste vangt, werd rondgeroepen dat we met “chartreuse”  moesten vissen. Omwisselen dus en ook proberen.

Zo af en toe werd er om me heen gevangen. Ik had een paar keer een aanbeet, waarbij ik de vis wel haakte, maar na enkele seconden schoot die dan los. Veel vissers hadden die grote forellen, de meeste groter dan 40 cm, onderschat, na een paar uur zwom er tenminste een forel rond die een complete onderlijn met beetverklikker achter zich aan sleepte. Al vrij snel werd die toch binnengehaald en van de lijn verlost. Mijn keuze voor een 22/100 onderlijn was zo gek nog niet. Wel overkwam me dat ik een vis loste doordat de haak open gebogen was. Helaas kost het wat tijd voordat je dat door hebt, in mijn geval na een tien minuten toen ik de nimf wilde wisselen.
De aankondiging van de door de ‘s-Gravenhaagse Vliegvissers betaalde lunch was voor mij welkom. Overigens ook voor de meeste bellyboatvissers die met ijskoude voeten, kont en de rest, hun Bellyboat aan de kant parkeerden. Op Leen na besloten zij om de middag lekker op het droge verder te vissen. Broodjes met worst, met gehaktbal of met saté, aangevuld met hete erwtensoep, gaf ons weer nieuwe energie en vooral, nieuwe hoop op betere vangsten.
Ik had ‘s- ochtends al allerlei nimfen geprobeerd, drijvende lijn, tippet van ruim twee meter en langzaam de bodem afvissen. Jan, Charles en Job, die naast mij stonden vingen in de ochtend ook een enkele forel. Voor Sjaak, die aan de andere kant van de vijver stond was die methode meer succesvol. Hij scoorde zo 5 forellen. Ook Patrick, ervaren visser maar onze “Eemhofrookie”, haalde een paar forellen binnen. Voor mij werkte het niet, wat ik ook probeerde. De mannen in de Bellyboat waren wisselend succesvol, de meeste enkele forellen, met Leen als uitschieter, 7 forellen in de ochtend.

Als er weinig gevangen wordt gaan we experimenten, dat is steeds zo en dat werkte ook nu weer verrassend uit. In de kleine vijver werd overgeschakeld om zinklijnen, zinktips en shootingheads en daaraan een booby. Frans en Eduard haalden als eerste grote forellen binnen, daarna gevolgd door Nico die nu lekker op gang kwam. Maar ik bleef op de nul, wat natuurlijk de nodige hilarische opmerking opleverde, zeker als er weer eens vlak voor m’n voeten een grote forel een vette plons veroorzaakte.
Leen slaagde er in om in zijn Bellyboat nog een paar grote forellen bij te vangen. Om vier uur zou de fluit gaan en was het einde visdag. Mijn lotgenoot Ton ging om tien minuten voor vier van de nul, met een prachtige forel op de booby.
Terwijl ik overpeinsde dat ik in elk geval een gezellige dag had gehad, met onverwacht mooi weer, kwam Charles langs die meldde dat hij geen zin had om zijn forel mee te nemen. Hoewel hij altijd vis terug zet, moest hij deze wel euthanaseren omdat de vis de haak vrijwel geheel had ingeslikt. Of ik de vis wilde meenemen. Ja dus.  Ik heb mijn vrouw eerlijk verteld hoe ik aan de vis ben gekomen, dat wel.

(naschrift nov. 2015: De Eemhof is sinds medio 2014 toch opgeheven, gedempt, weg…. Helaas)

Snoekvissen Geertje 2013

Snoekuitje 17 november 2013 ‘t Geertje, Zoeterwoude.
Minder dan 5 snoeken met 17 ervaren vliegvissers is te weinig om van een geslaagde visdag te spreken.

Het weer was prima, vrijwel geen wind, de temperatuur rond de 8 graden en iedereen was voorzien van prima streamers. “Ze willen niet bijten” moest dus wel de conclusie zijn, want vissen kan iedereen, daar lag het ook niet aan.
Ter geruststelling vertelde een snoekvissers die in Zoeterwoude woont, dat het gisteren beter was, hij zat al de hele dag met dood aas en had ook niks gevangen. Nu hoor je wel vaker dat het gisteren, of vorige week, beter was, maar wij legden ons daar niet bij neer. Snoeken moet je zoeken, dat is bekend, en als je dan een snoekdag bij het Geertje hebt, betekent dat zoeken vooral roeien. Aanvankelijk lieten veel vissers zich midden op de plas drijven en visten vanaf de boot in waaiers de plas af. Maar al snel sloeg de onrust toe en werd er flink aan de riemen getrokken. Op zoek in de vaarten rond de NoordAa plas.

Leen was zo slim geweest om een elektromotor mee te nemen en dat leverde hem in plaats van roeitijd veel meer vistijd op. Dat werd beloond toen hij met Ton onder een brug doorvoer en zijn lijn achter de boot aan sleepte, de eerste snoek van de dag was een feit.

Toch leverde het besluit om de vaarten af te vissen niet veel op. Elke rietpol, elke inham werd wel afgevist, maar geen snoek. Een aantal vissers, waaronder Twan, Richard, Frans en ikzelf schakelden over op de spinhengel of dropshotten. Zelfs geen baars werd gevangen.
De lunch bij het Geertje leverde dus genoeg gesprekstof op, vooral over de alternatieven die ons nog restten. Die waren er niet en we begonnen met weinig hoop op betere vangsten de middagsessie.
Job en ik voeren de vaart in die naar Benthuizen leidt en die onderbroken wordt door een gemaal. Daar wilden we ons laatste beetje geluk proberen. De hele weg ernaar toe roeiend visten we ook die vaart af, beide oevers en het midden. Geen enkele aanbeet. Bij het gemaal, waar een brug langs loopt ging ik aan wal en gooide ik mijn dropshottwister langs de brug. Eindelijk had ik beet en ik haakte een poldersnoekje van een halve meter, maar te zwaar om te tillen. Dus haalde Job het schepnet uit de boot en ik probeerde ondertussen het snoekje aan de lijn te houden, maar een sprong uit het water en heftig schudden van de vis had tot gevolg dat het snoekje zichzelf onthaakte.
We besloten rond half vier om terug te gaan en deze visdag af te ronden.

Jammer dat de vangsten tegen vielen, maar in andere opzichten toch wel weer een geslaagde dag.

FlyTying Blues

Ik leed de laatste maanden aan de blues en behoorlijk ook. Nou hoor ik u zeggen ga een blokje rennen, slik wat pilletjes en het is over. Helaas, deze vorm van gemoedstoestand is niet met medicijnen te verhelpen, het is de FlyTying blues.

Uw kent het wel, tijdens het vissen worden vliegen verspeeld, de dozen worden steeds leger, maar bindsymptomen in oplopende ernst en de daarbij behorende behandel methode.

De eerste oorzaak is van fysieke aard namelijk: ouderdom. Met de loop de jaren gaat het gezichtsvermogen achteruit en daarbij gaat de haakgrootte, die nog te binden is, omhoog.

Ik had hier zelf afgelopen jaar last van, zodat ik pheasanttail op haakje 18 alleen nog maar kon binden op 21 juni van 12.45 uur tot 13.25 uur, omdat dan het licht goed was.

De behandelmethode is zeer simpel, schaf een leesbrilletje en een daglichtlamp aan en klaar.

Dit is trouwens de makkelijkst te verhelpen oorzaak, de volgende twee zijn moeilijker te verhelpen en soms zelfs alleen met hulp van een specialist.

We gaan een avondje binden: de kinderen liggen in bed, de vrouw kijkt naar “Greys Anatomy”, de vice staat klaar, de bindspullen zijn tactisch opgesteld, een goed gevuld glas single malt staat te schitteren en uit de speakers klinkt J.J. Cale. Yes, het kan beginnen, dat wordt een gevulde vliegendoos. Drie uur later: de kinderen en de vrouw liggen in bed, de fles is driekwart leeg net als de vliegendoos en jijzelf staat te hossen op Dries Roelvink.

Een typisch geval van pseudoblues. Dit is niet de echte blues en heeft meer te maken met het feit dat je een slechte muzieksmaak hebt en een bezoekje aan de AA op zijn plaats is.

We gaan ons nu op de donkerste plekken van een vliegbinder begeven, een opruimwoede die desastreus is voor het vliegenbestand: de vliegendoospsychose.

Ik heb dit zelf (niets menselijks is mij vreemd) de afgelopen week voor de tweede keer meegemaakt. De inhoud van mijn vliegendozen werden zeer secuur onder de loep genomen om even lekker op te ruimen. Oude vlieg, te dikke, te grootte, verkeerde kleur bindgaren, fout staartje, verkeerd materiaal voor het patroon, alles direct de vuilnisbak in. Het gevolg was dat ik van de ruim duizend vliegen er nog 65 over heb. Je krijgt pleinvrees als je nu in mijn vliegendozen kijkt. Omdat ik dit al eerder heb meegemaakt weet ik dat de schok na het opruimen zo groot kan zijn dat binden er niet meer in zit (waarom zou je dat nog doen).

Een goede therapie is elke ochtend en avond vijf simpele vliegen (tagjes, PT’s, etc.) te binden.

Na drie weken krijg je al een behoorlijk gevulde doos en dit is het moment om bijvoorbeeld met parachutevliegjes te beginnen. Deze manier van binden in series van vijf in verschillende grootte kan iedereen over zijn blues helpen.

Maar als je de blues hebt is de beste manier om eens naar de club te komen er wordt daar elke week gebonden en bovenal er lopen daar zat bindtherapeuten rond die u op weg kunnen helpen of u mentaal kunnen bijstaan. Oh ja er is daar ook slechte muziek en slechte whisky, dus wat wil je nog meer.

Proost
Rene Wetters

Als je een aap leert klimmen …

Zondag 20 mei, 10:00 uur op de Meppelweg. De voorzitter en penningmeester zijn al 2 minuten aanwezig. Een laatste slok koffie en de stoet gaat op weg naar het Oostvoorne. De verhalen van de weken ervoor zijn bemoedigend.

Minstens 20 Forellen per persoon. Het was eerder werken dan vissen. Blij als je een early-release had, want de armen waren moe. Afijn u kent de verhalen, u vertelt ze immers zelf. Als beginnend vliegvisser ben ik onder de indruk. Ik zou beter moeten weten. Ik had deze taal moeten herkennen. Visserslatijn.

Tien jaar geleden heb ik hier één keer gevist. Mijn broer, nu de penningmeester, klopte me 12 – 0. Maar ik ben nu voor bereid. Toen had ik zelfs nog geen hengel, nu wel. De rest heb ik wederom geleend. Het enige verschil tussen ons is dus de menselijke factor met zijn hengel. Moge de beste winnen.

Het water ligt er mooi bij. De wind is straf maar acceptabel. Plaats genoeg voor iedereen. De meeste gaan rechtsom vissen. Wij gaan linksom. Wie ben ik om dat tegen te spreken. Op de strekdam zien we gelijk al vis draaien. Ik ben gespannen. VIS is gesignaleerd. Alle goeie stekken worden mij aangewezen, nadat ze zijn afgevist. Eén keer voel ik lijndruk en is mijn vlieg aan flarden. Maar vis…………., ho maar.

Voor we het weten is het 13:00 uur en tijd voor koek, koffie, snoep, fris, bier . en noem maar op. Het bestuur verwent ons weer. Chapeau. Ik troost me. Bijna niemand heeft vis gezien. Een enkele spekkoper daargelaten. Er komen nog meer clubleden. Verhalen over aanbeet, verspelen en bijna vis worden gedeeld. We gaan weer vissen. Dit keer lopen we rechtsom. Bij alle plekken waar ooit eens een vis is gevangen wordt van naadje tot draadje verteld hoe het was. Zelf de geluiden van de aanbeet en slip blijven me niet gespaard. De ene forel is groter dan de ander. Ze springen ook steeds hoger en mooier het water uit. Ik wacht op het moment dat ze ook nog een flikflak en een salto maken.

Gelukkig we moeten waden. Borstdiep, armen omhoog naar de volgende strekdam. Ineens springen de verhalen van Rene in mijn gedachte. Ik voel in mijn jaszak. Yep, natte mobiel. Eindelijk we gaan vissen. Hier zit altijd vis wordt me beloofd. Ik gooi tegen de wind in naar de buitenkant. Een enkele keer haak ik mezelf bijna en lig ik op een afstand die ik met een vaste stok ook kan halen. Maar het gaat steeds beter. Ook ik begin echt te vissen. Ik zie geen schub, maar ik vis wel. De stand is 0 – 0. Ik word beter. We vissen al vijf uur en het is nog steeds gelijkspel. Ray komt teruggelopen en geeft me de gouden tip. Hij heeft er twee gevangen en één mooie verspeelt. Hij viste naar binnen toe. Ik ga ook drijvend naar binnen toe vissen. Ik moet alleen nog de spoel omwisselen. Drie kwartier later gooi ik eindelijk mijn drijvertje met een stokje in het water. Een kwartier later heb ik 5 keer beet gehad en er drie gevangen!!!!. Het LEK is boven! Het grote sleuren kan beginnen……………………………………Ik zie geen stootje meer.

Later tegen het donker aan lopen we drie paaltjes af. Mijn drijver schiet weg. Ik sla aan. De slip loopt. De forel springt boven water. Doet een flikflak en een salto. Schudt met zijn kop, schiet los. Hij komt nog een keer boven water en steekt zijn tong uit. Even later vangt de penningmeester er ook eentje. Een guppy en volgens mij vals gehaakt. Dit laatste kan ik niet met 100% zekerheid bevestigen. De zon zakt weg.

Het vissen is gedaan. Het was een warme mooie dag, met een verkoelend windje. De verzorging optimaal. Een applausje voor ons bestuur. Er is niet veel gevangen. Eduard, Leen, Tim, Ray, Marius en ik waren de gelukkigen.

We rijden terug. Ik mijmer een beetje. De eindstand is drie forellen tegen één guppy. ” De menselijke factor met zijn hengel”. Tja, “Als je een aap leert klimmen, gaat hij kokosnoten gooien”.